MeeNeemMening

Uw baken in dit tijdperk van weemoed. Verkrijgbaar in verschillende porties. Open 24-7. Geen levering aan huis.

Every bit counts

What is capitalism?
Entitlement? 1%? The feeling that you can build a bunker to hide in when the oceans rise?

What is socialism?
Togetherness? Caring for each other. Or scraping by with a few dollars each month?
Hope. Hope that your kids can have some meat next month instead of a bag of *corporate entity here* crisps and fast food?

What is communism?
A dream that failed? Maybe one that we can revisit now with the latest advent of AI? Central planning seems to work well for Walmart, Amazon, Alibaba.

Someone that has nothing to lose can walk a rope and fail. Fall softly, and try again. Someone that has everything to lose cannot fall. Must not fall. You get one go. You fall into spikes. You die.

That is the difference.

Every bit counts. Every dollar saved. Every euro spent. A twenty, or ten-quid is nothing. You buy coffee. For us, it is everything. Every month we calculate. We worry. We try.

It is not about trying hard enough.

It is not about a dream.

It is an illusion you have created.

And a good one at it. What is it you have created. A perfect system. The end goal of any system in place today is to reach a point where you’re capable to say: I’ve made it — I’ve escaped the system, I’m free.

Now it’s my time to oppress you suckers.

Every bit counts. Until it doesn’t. Let’s be honest. You’ll never get there. But in this pursuit, the masses can be happy. They live, they die, they buy. You’ve had kids, a garden, the good life (TM).

Not a great system, but the best we have? Bullshit.

P.S.: anarchy: bullshit. Nature will take us all.

Advertenties

Lang gehoopt

Eerst gedacht
Dan verwacht
Maar niet meteen gekomen

Dan gewroet
Hard gestreden
Lang gehoopt
En opgegeven

Dan het niets
Een stille wens
De zon komt op
En toch gekregen

Beledigen

I’m on a roll, alle oude idolen aan het opsporen.

Dit is toch geweldig:

Ik wou het interview helemaal neerschrijven maar ik was te lui. En u kan zelf ook wel op de play knop duwen.

2007 alweer. Pure wijsheid.

Grappen moeten kunnen. Meningen moeten kunnen. Beledigen moet kunnen.

Geweld gaat de grens over. Overal in de wereld.

Je moet een schild hebben. Je moet met alles kunnen lachen. Ook met jezelf.

Waarom hebben we al die religie nodig. Als we ons gewoon eens aan die stelregel zouden houden?

Ik zie mensen die homoseksualiteit verwerpen. Die weglopen als ze een minirok zien. Dat vind ik ook beledigend.

Knap, om eender waar je pure opinie te geven.

Oh, en trouwens, ze hebben er spijt van, die meiden. Er is nog hoop.

En voor de duidelijkheid. Hij lachte in dat liedje wel met meer dan een religie.

Urbanus

Mijn ouders vonden het niet okee dat ik stripverhalen las van Urbanus.

Die werden gegeven door — tjah, weet ik het, nietsvermoedende? — familieleden.

Condomen, seks, dialect, al wat slecht was voor opgroeiende kinderen kwam eraan te pas.

Ik vond het maar niets, omdat mijn ouders het maar niets vonden, maar stiekem las ik ze toch.

Later, toen ik op toneelschool zat, was het verplichte kost tijdens repertorium studie.

De leerkracht vond het geweldig. Goeie gast, maar soms was ik het toch niet eens.

En als ik het nu bekijk, vind ik het ook geweldig.

Ach toch.

En trouwens: 2001, maar bij het terugkijken nog zo veel thema’s relevant. En wij maar denken dat we in een modern tijdperk leven, hehe. Millenniumgeneratie mijn achterste:

Zotte dingen

Man ik hou van kleinkunst.

Zjef Vanuytsel – Zotte Morgen

De nacht sluipt weg de lucht verbleekt 
De schimmen vluchten zwijgend 
En aan de verre horizon 
begint de zon te stijgen 
En daar trekt uit de nevel op 
de klaarte van de dageraad 
met in zijn schoot geborgen 
De zotte morgen 

De stad ontwaakt de eerste trein 
breekt door de stilte en op zijn 
signaal begint de wildedans der dwazen 
De mens kruipt uit zijn ledikant 
denkt aan zijn werk en met zijn krant 
ijlt hij nog halfslaperig door de straten 
De wereld herneemt zijn zotte zorgen 
het ritme van de zotte morgen 

Nu kleurt de einder rood en valt 
de kou zacht door de ramen 
De stilte vlucht voor al’t lawaai 
dat opstijgt uit de straten 
En daar is dan de morgen weer 
een schaterlach en elke keer 
verdrijft hij zonder schromen 
de nacht de dromen 

De stad wordt wild en auto’s razen 
door zijn poorten en de laatste 
rust wordt uit zijn schuilhoek gedreven 
Vogels vluchten vol verdriet 
uit zijn torens want hun lied 
wordt nu door niemand meer begrepen 
Mensen lopen naast elkaar 
Een verre groet een stil gebaar 
want alles wordt nu door de tijd gemeten 
De wereld herneemt zijn zotte morgen 
Het ritme van de zotte morgen 

Maar’t land zelf slaapt zijn roes nog uit 
Diep onder’t loof verscholen 
Hier komt geen mens of geen geluid 
d’oneindige rust verstoren 
Terwijl de stad nu raast en schreeuwt 
de morgen zijn bevelen geeft 
wordt hier bij’t ochtendgloren 
de dag geboren 

En ook de kinderen en de dwazen 
blijven tussen de rozen slapen 
Ver en veilig geborgen 
voor het ritme van de zotte morgen

Zeg nu zelf: zelfs elke zin in afzondering is meesterlijk.

Tijd is een deling, zegt oma

Het wijste dat mijn oma ooit tegen mij heeft gezegd was het volgende.

Ik logeerde als kleine jongen weer eens een tweetal weken bij hun. Telkens opnieuw een heerlijke tijd.

Eerst: het unieke van in een nieuwe omgeving te zijn, met andere “voogden”, en andere regels. Soep exact om twaalf uur. Middagmaal exact om kwart na twaalf. ’s Avonds tv kijken tot tien uur. Een beetje langer dan ik thuis mocht opblijven. En meer kanalen op tv dan we thuis hadden.

Dan: het gemis van thuis. Het missen van de ouders. Toch telkens stiekem op voorhand ook wat uitkijken naar dit gevoel van weemoed. Soms moet je wat pijn voelen om geluk te beseffen.

Maar tegelijk ook verdriet, dat het weer bijna voorbij was, en dat het weer een hele tijd zou duren tot het volgende bezoek. Eenmaal per jaar, dat was ongeveer het gemiddelde.

Ik was hierover aan het klagen tegen oma-lief in hun kleine keuken, maar waar het telkens warm was en er wel wat lekkers aan het wachten was. Een genot van de oudere generatie, is dat. Is de meeste echte huishoudens — ik ging eerst “gelukkigere” als adjectief gebruiken, maar ook in keukens hangt het kruis soms wat scheef — hangt moeder voor het merendeel in de keuken uit terwijl vader in de tuin zit. Nieuwe rolverdelingen allemaal goed en wel, maar soms zit de waarheid in traditie. Het zou fijn zijn moesten conservatievelingen beseffen dat tradities vaak universeel zijn, en progressievelingen dat niet elke traditie slecht is.

Maar ik was dus aan het klagen, dat het weer zo lang zou duren, en hoe het kon dat ik daar zo vanaf zag. Wanneer verre vriendjes op bezoek kwamen was dat net zo: de ouders gingen uiteindelijk weer naar huis, die na enkele uren bijpraten moe en uitgeput waren en het wel gehad hadden, terwijl wij kinderen het moesten stellen met een mager stel uren waarin slechts zo weinig te doen was. Pure wreedheid was het. Een uur extra was toch het einde van de wereld niet?

“Tijd,” zei ze toen, “is iets relatief.” Nee, dat zei ze niet zo — “relatief” behoorde niet tot haar woordenboek, maar dat bedoelde ze. Wat ze eigenlijk zei was. “Ach jongen toch. Voor jou is een jaar zo lang, want het is een tiende van je leven. Voor mij is een jaar snel voorbij, want het is een zeventigste van mijn leven. Dat is waarom de tijd sneller gaat wanneer je ouder wordt. Dat zal je nog wel merken.”

Het was een simpele zin, maar een waar ik vaker nog vaak aan zou denken, zeker nu ik zelf ouder ben en de tijd steeds sneller begint te gaan. Waarbij ik besef dat de dag dat ik mijn vrouw ontmoette gisteren leek, maar ondertussen al enkele jaren in het voorbije ligt.

Een beetje triest dat ik geen betere band had met mijn oma. Ik herinner me dat ik ooit eens een opstel voor school moest schrijven over “hoe het vroeger was” en een paar uur met haar aan de lijn hing (niet aan het lijntje; de telefoonlijn). Een mooi moment, want ze praatte echt voluit over hun eerste huisje, met aarden grond. De vele kinderen. Het feit dat vlees een zeldzaamheid was. De oorlog. Jammer dat ik te jong was om meer van de verhalen te genieten. Ik besefte ergens wel dat er waarde in zat en het is ook blijven nazinderen, maar had een kopie moeten nemen van het opstel of mijn notities. Jammer.

En nu is ze gestorven. Al een paar maanden. Misschien zit er wel een laatste wijsheid in. De tijd gaat exponentieel sneller. Als een versnellende tijdreeks. Een straaljager die de geluidsbarrière doorbreekt. Om dan plots — en dat doen straaljagers niet — plots te stoppen.

Ik heb gehuild tijdens de begrafenis. Achteraf was ik niet zeker of ik dat deed uit terecht verdriet of eerder omdat het zo hoorde. Achteraf heb ik er niet zo veel meer aan gedacht.

Maar haar foto heeft toch nog lange tijd hier op de kast gestaan. En het besef is er nu dat het me toch wat doet. De band was op het einde wat zoek. Omwille van mama. Omwille van opa. Mensen zijn niet perfect, en sommigen zijn erg on-perfect. Maar zij verdiende het niet. Jammer.

Ze ging bidden in de hemel. Als je daar bent: ik denk aan je.

Zout van het leven

Het is vooral een onderstreping van mijn eigen ongelofelijke hoog opgeblazen zelfbeeld (gecombineerd met minderwaardigheidscomplex, u weet wel, dan kan wel degelijk) dat ik mezelf zo geweldig vind en tegelijk zo kan wenteling in afzondering, maar toch sta ik geregeld nog versteld van het feit hoe veel echt interessante dingen mensen met zich kunnen meedragen. Om tussen het midden van onze betonnen jungle zielgenoten te ontmoeten waarmee het fijn kletsen is. En dan is het fijn dat die afzondering op puur natuurlijke wijze kan afvallen.

Wel niet met de managers met een dik salaris, dikke wagen, dik huis en dikke buik. Die denken dat ze het druk hebben. Maar meetings elke dag is niet echt werken. Misschien daarom dat ze zo gefrustreerd zijn, want ze hebben nooit een vuilblik vastgehad. Maar o-zo belangrijk, toch?

Ook niet met de nine-to-fivers, die netjes arriveren en vertrekken met het verstrijken van de grote wijzer. Met 1.3 kinderen en 1.0 partner. Met ’s avonds 130 minuten televisie en dan naar bed. Seks op zaterdag en soms op donderdag.

En niet met de pseudo-intellectuelen, loge-gangers of andere salon-vertoevers. Die wel eens een boek lezen, naar een toneelstuk gaan en naar dat nieuwe album luisteren, en het vooral aan de wereld moeten melden. Of academici die er maar wat op los tweeten.

Noch de hoog-intellectuelen. De computerwetenschappers en andere Mensa-nen voor wie elke uitdaging en confrontatie een arena is waarin ze hun superioriteit moeten bewijzen.

Of politici, beleidsmakers, rectoren, mandatarissen, gouverneurs, en dat soort volk.

Maar zoals vandaag. Een stoere en zwijgzame kerel. Met motivatie maar tegelijk ook een zweem van stilte. Waarmee het snel klikt, ook al ontwijk je elkaar. Dat is fijn. En dan iemand die jaren heeft gewerkt als kok, die een eigen restaurant wou openen, maar dat niet heeft gedaan. En als timmerman, en als consultant, en als secretaris op een universiteit. En de dertig jaar nog niet heeft bereikt. En dan statisticus. Die boeken leest over geschiedenis, gewoon voor de lol. Die dit alles vertelt terwijl je samen aan het wandelen bent, zonder spoor van opschepperij.

En wie het eigenlijk compleet worst zal wezen wat jij er van denkt.

Dat zijn fijne mensen. Wanneer ze zo’n flinke portie zout meedragen.