MeeNeemMening

Uw baken in dit tijdperk van weemoed. Verkrijgbaar in verschillende porties. Open 24-7. Geen levering aan huis.

Ik mis haar wel

Hoe ging dat liedje weer, morgen komt ze thuis of zoiets?

Pizza Marguerita op mijn laatste propere bord
Voor veertien dagen heb ik meestal net zo’n mes of twee te kort
De planten hangen moedeloos te sterven in hun pot
Twee stukken fruit zijn onherkenbaar aan elkaar gerot

De buurvrouw ruikt al onraad
Roddelt daar is iets niet pluis
Maar het is echt niet zo erg als het eruit ziet
Morgen komt ze thuis
Morgen komt ze thuis

De nachten zijn het langste maar die ik hou ik juist heel kort
‘k kijk tien keer naar het nieuws en daarna nog eens vijf keer voor de sport
En ’s morgens is het omgekeerd dan raak ik niet uit bed
En als het lukt ontdek ik een korst koffie die ik gisteren had gezet

Al wacht er mij vanavond
Nog een hele grote kuis
Voor één keer kan het me echt niks schelen
Want morgen komt ze thuis
Morgen komt ze thuis

En ik hoef geen medelijden
Geen bezorgde telefoons
Vooral geen onverwacht bezoek
Want zo rap krijg ik het hier niet schoon
En ik ben een overlever
Dus ik trek heel goed mijn plan
Ocharme toch twee weken
Alsof ik dat nog niet kan

De buurvrouw ruikt al onraad
Roddelt daar is iets niet pluis
Maar het is echt niet zo erg als het eruit ziet
Morgen komt ze thuis
Morgen komt ze thuis

Om een traan bij weg te snikken. Pure absolute klasse. En dan vinden ze Nederlands een lelijke taal. Verschrikkelijk.

Advertenties

Procrustes

Favoriete quotes:

(Dat het wel een beetje een zeveraar is, akkoord, maar d’er zit wel echt iets in ook.)

Bon —

If you know, in the morning, what your day
looks like with any precision you are a little
bit dead—the more precision the more
dead you are.

There is no intermediate state between
ice and water but there is one between life
and death: employment.

The best revenge on a liar is to convince
him that you believe what he said.

Being unimaginative is only a problem
when you are easily bored.

I went to a happiness conference;
researchers looked very unhappy.

Academia is to knowledge what
prostitution is to love; close enough on the
surface but, to the nonsucker, not exactly
the same thing.

With regular books, read the text and skip
the footnotes; with those written by
academics, read the footnotes and skip
the text; and with business books skip
both the text and the footnotes.

Hatred is much harder to fake than love.
You hear of fake love; never of fake hate.

Hmm… ongekamde gedachten, beter dan dat zelfs (om een enorm obscure referentie te maken).

Boekje gaat steevast mee in de tas naar iedere “spoedvergadering”. Als een soort Imodium op de treinrit terug naar huis. De 8/10 andere boeken (-deze, -de “Dynamic Hedging” eerder vermeld) zijn hierin allen vervat.

Geweldig.

Weet je wat trouwens ook een aanrader is — dankzij onze Taleb op het spoor gekomen, vandaar — Courtesans and Fishcakes: The Consuming Passions of Classical Athens. Van 1998, en gek genoeg moderner en met meer durf dan wat al de SJW onnozelaars vandaag de dag mee af komen. (Da’s een verhaal voor een andere keer, maar de eerste zeveraar die me tegen de laars wrijft aan “cultural appropriateness te doen i.v.m. een regio waar ik ergens tussen [14, ∞[ keer meer in heb vertoeft krijgt het aan diens rekker.)

Een beetje vanalles

“Maak de beveiliging van je account nog sterker.”

“Europese commissie is zelf niet in orde met GDPR (AVG).”

Ik heb soms medelijden met Rik Torfs. Die tweet er maar op los, maar de extreme linkse en rechtse rakkers staan steeds klaar om van repliek te dienen.

Niet dat de commentaren zelf me zouden storen.

Maar die dommigheid, begot. Sarcasme heeft nooit goed gewerkt op het Internet.

Het heeft precies nooit goed gewerkt bij idioten.

Het Internet: een plaats waar idioten elkaar vinden.

Zielig.

Maar dat even terzijde, er komen er nog twee.

Om de zoveel maanden

Is het tijd voor Burnham:

Can I say my shit?
New York, can I say my shit?
I’ve got lots of shit to say
I’ve got lots of shit to say

I can’t fit my hand inside a Pringle can
I have a huge amount of trouble
Fitting my hand inside of a Pringle can
I can get my hand like four inches into the can
But then I have to tilt the can into my mouth
But then a bunch of crumbs have accumulated at the bottom of the can
So they all go spilling onto my face

What I’m trying to say is the diameter of Pringle cans is way too small
I’ll say it again
The diameter of Pringle cans is way too small
Two radiuses of a Pringle can is way too small

If you feel me, put your hands up
Come on!
If you feel me, put your hands up
Look at all these hands that are way too big to fit inside of a Pringle can
Your hands are too big to fit inside a Pringle can
Your hands are too big to fit inside a Pringle can
You think you can, I know you can’t, you think you can
Pringles!
Listen to the people, I am sure ninety percent of the complaint letters you get
Are about the width of your cans
Just make them wider

I’ve overdone the Pringles thing, sorry

I want to have a daughter
I want to have a daughter
So I can finally have someone around the house who can fit their hands
In the Pringle can

Yes, I’m still on the Pringle cans thing! Yeah!
I’ll move on, alright?
But that is priority número uno

I don’t go to the gym
Because I’m self-conscious about my body
But I’m self-conscious about my body cause I don’t go to the gym
Irony can be painful
That’s a Catch-22
Let’s do this!

I went to Chipotle
I went to Chipotle
Got myself a chicken burrito
I went down the line and I got all these ingredients
And at the end of the line
The guy tried to wrap the burrito
But half of the shit inside the burrito spilled out
He still wrapped it
I was like, dude you should have warned me!
You’re a burrito expert
You should have told me halfway through!
“Hey, man. You might be reaching maximum burrito capacity here”
Do you fucking think I want a messy burrito?
No one wants a messy burrito
The whole appeal of the burrito is that all of the ingredients are contained
Within the confines of the tortilla
I wouldn’t have gotten half of the shit if I knew it wasn’t gonna fit in the burrito! Alright? Look
I wouldn’t have got the lettuce if I knew it wouldn’t fit
I wouldn’t have got the cheese if I knew it wouldn’t fit
I wouldn’t have got the peppers if I knew it wouldn’t fit

I wouldn’t have got
Half of it

Like, I’m okay with small mistakes
If you’ve got no more chicken, I’ll take pork
But I’ll blow my dad before I eat a burrito with a fork
I wouldn’t have got the lettuce if I knew it wouldn’t fit
I wouldn’t have got the cheese if I knew it wouldn’t fit
I wouldn’t have got the peppers if I knew they wouldn’t fit

Man, I wouldn’t have got half of it, like
Half of it, like
Half of it, like
Half of it, like
Half of it right now
I think it’s time I
Think it’s time, I think that we break it down

Put the lotion in the basket
I can sit here and pretend
Like my biggest problems are
Pringle cans, and burritos
The truth is, my biggest problem’s you
I want to please you
But I want to stay true to myself
I want to give you the night out that you deserve
But I want to say what I think
And not care what you think about it
Part of me loves you
Part of me hates you
Part of me needs you
Part of me fears you
And I don’t think that I can handle this right now
Handle this right now
I don’t think that I can handle this right now

I don’t think that I can handle this right now
I don’t think that I can handle this right now
I don’t think that I can handle this right now
Look at them, they’re just staring at me
Like, “come and watch the
Skinny kid with a steadily declining mental health
And laugh as he attempts
To give you what he cannot give himself

I don’t think that I can handle this right now
I don’t think that I can handle this right now
They don’t even know the half of this right now
They don’t even know the half of it
But I know I’m not a doctor
I’m a pussy, I put on a silly show
So I should probably just shut up and do my job
So here I go

I wouldn’t have got the lettuce if I knew it wouldn’t fit
I wouldn’t have got the cheese if I knew it wouldn’t fit
I wouldn’t have got the peppers if I knew they wouldn’t fit
I wouldn’t have got half
You can tell them anything if
You just make it funny, make it rhyme
And if they still don’t understand you
Then you run it one more time

I don’t think that I can handle this right now (Haa!)
I don’t think that I can handle this right now (Hoo!)
If you think that I can handle this right now (Haa!)
Right now (Haa!)
Now
Handle this right
Handle this right
Handle this right now

Thank you, good night!
I hope you’re happy
*mic drop*

De muze ligt in bed

… en ze heeft geen zin om op te staan.

Ze is moe, oud, en versleten.

En haar baas stuurt mails om vier na twaalf, net wanneer ze net de slaap kon vatten. Toch maar even kijken over wat het gaat. Drie spelfouten in een mail van twee regels. Een ervan is in de ondertekening — een prachtig woord met een rijke geschiedenis — de voornaam van de baas, eigenlijk.

Knap.

Meeting, report, graphs, take a look, thx.

Het is vrijdagavond. Een vervelend weekend met verplicht sociaal bezoek staat voor de deur. Een waar de muze dan toch voor zal moeten opstaan.

“Het is gek hoe ik altijd zou kunnen slapen wanneer ik bezoek heb, en niet kan slapen wanneer ze dan toch eindelijk vertrekken,” denkt de muze terwijl ze probeert terug in slaap te dommelen maar over die mail blijft denken.

Zou meteen antwoorden een blijk van loyaliteit zijn. Of nog beter: wachten tot het twee uur ’s nachts is? Misschien ook niet, ondertussen is die vetzak met te losse vingers al lang in slaap gevallen in zijn sofa met een lege fles wijn op tafel en zijn vrouw een paar kamers verder (gelukzalig, want de yoga trainer is langsgeweest).

Alles is dringend.

Morgen toch tussen de soep en de patatten (of de cava en de humus op toast dan) snel even kijken. Antwoord sturen, geen antwoord terugkrijgen. Iets fout gedaan. Met stress naar het werk op maandag, de baas er toch over aanspreken. “Nog geen tijd gehad om er naar te kijken, ik laat je nog wel iets weten.”

Ha, denkt die dan, ik win, de alpha-sociopaat. En dan voor de rest van de week met nog meer stress afwachten tot ie er wel naar kijkt.

Misschien gewoon negeren. Ik kijk niet naar mails na het werk. Of: je mail was te onduidelijk. Met onduidelijk bedoel ik: leer deftig schrijven verdomme!

Was er geen tijd dat ze iets wou doen met kunst, of met wetenschap? Dat ze vol inspiratie zat? Vol plannen? Niet de wereld verbeteren, maar misschien gewoon een klein stukje? Vrijwilligerswerk, of gaan voor een eigen zaak? Of werken in een ziekenhuis, of les geven, of een boek schrijven, of acteren, en ook accep-teren dat ze het met een gering inkomen zou moeten stellen?

En wat dan nog?

“Waar zijn al die “en wat dan nog” vrienden allemaal nu,” vraagt ze zich af. Zouden die nu in een bank werken, of als kassierster? Gelukkig is er Facebook. Zuckerberg staat klaar om iedereen te verbinden — van moetens, als ze niet vanzelf mee willen doen.

Die ene heeft kinderen, die andere leeft in een groter huis dan dat van jou, en die heeft vrienden die er leuker uitzien dan die morgen op bezoek komen. Die is weer op vakantie geweest.

De muze ligt in bed. En ze is moe. Er kan geen letter meer uit. Van hoop is ze gegaan naar rebellie, naar zich af te zetten tegen al de rest. Sarcasme, reflectie, ook een beetje “beter dan al de rest.” Naar uiteindelijke acceptatie. De sociopaten hebben gewonnen, de managers, de politici, de rijken, extreem rechts, en extreem links, de opiniemakers, de journalisten, de maatschappelijk relevante onderzoekers, de beleidsmakers, de bevoegden-zonder-verantwoordelijkheid, de auditoren, de risico-beheerders, de flipped classrooms, de innovatie-experts, de motivational speakers, de 1% kunstenaars, de pseudo-intellectuelen, de kroeffilosofen, de economisten… wie schiet er eigenlijk nog over?

De loodgieters, de straatvegers, de oorlogsvluchtelingen, de naievelingen, de probleemjeugd, de armen, de intellectuelen, de durvers, sportlui, een paar weinigen die simpelweg fuck you kunnen zeggen. Tegen iedereen.

Misschien toch die mail beantwoorden. Slapen zit er niet meer in.

En zo sterft er weer een gedicht.

(De muzen waren trouwens met negen, blijkbaar.)

Waarom ik niet meer aan filosofie doe

Op het Collectief geheugen (zo’n walgelijk “human interest” programma dat tot niets dient anders dan een grijze zaterdagavond op te vullen met het zien hoe een nieuw mediafiguur zich probeert op te werken doorheen het raderwerk van de openbare omroep maar wel goed dienst doet als achtergrondlawaai om het gevoel te hebben dat je niet alleen bent) een stukje of Jan Fabre die stukken ham kleeft op de zuilen van een aula van UGent.

Kunst, zeggen sommigen, het moet blijkbaar “de benen” (de vleselijke benen) van een instituut van macht voorstellen. “En onderzoek,” zo wordt er nog rap bij gezegd.

“Geen kunst,” zegt een andere, want er zijn zo veel mensen die honger lijden.

“Ik ben een dame van het voorgedragen woord, maar dit is geen kunst,” treedt iemand anders bij. “Ja maar kunst doet praten,” zegt een willekeurige jonge gast met een aantal tattoos en een safje in de hand. “Het feit dat er over gepraat wordt is de bevestiging,” zo wordt er min of meer afgesloten.

Belachelijk.

Laat ons het eens over het praten hebben. Stront tegen zuilen smeren zal ook wel tot praten aanzetten. Of die dame die met haar blote foef in een glazen doos door de straten ging wandelen, daar werd ook over gesproken (dat was ook onder het mom van “vrouwenrechten” — maar laat ons het misschien eens vragen aan de migranten uit Libië die op weg naar hier meermaals verkracht worden).

Na verloop van tijd wordt het zo geoorloofd om links en rechts klein vandalisme uit te voeren en er mee weg te komen onder het mom van “maar het is kunst, agent!”

Maar wat is kunst dan wél? Dat is het soort onderwerpen dat naar voren wordt geschoven als centraal thema tijdens een of andere filosofische lezing (in academische en publieke kring, maakt niet uit, want iedereen mag het “recht” tot zich nemen om na te denken, toch?). Mijns inziens niet al dit soort acties voor het shockerende effect, al is het natuurlijk wel zo dat ze tot dialoog en denken zullen aanzetten, en het is niet daar waar iets mis mee is. Als we dat niet zouden toelaten worden we immers terug preutser, toch?

Een beetje moeilijk dus om een eerlijk eenzijdige, interne dialoog te voeren op objectieve manier zonder dat we uitkomen op onszelf hypocriet te moeten noemen. Misschien heeft Jan het dan wel bij het rechte eind?

Maar toch “stoort” er nog iets. Wat als het Jan niet was geweest? Maar ik? Zou het dan ook kunst geweest zijn? Misschien is kunst datgene dat we als universeel (of toch “redelijk universeel”) als dusdanig kunnen bestempelen zonder te weten wie de auteur is. Maar dan nog. Er zijn voldoende kunstenaars wiens werk eerder als plat zou worden afgedaan tenzij we de voorgeschiedenis, context, en bedenker kennen.

Maar er is nog iets anders aan de hand. In dit specifieke geval is de “kunstenaar” steeds nabij om “duiding” te geven. Uit te leggen waar het werk voor staat. Mensen in de juiste denkpatronen te begeleiden laat ze zelf te dom zijn om het belang in te zien.

En dat is, alles bij elkaar, datgene wat als storend zal aanvoelen. Elena Ferrante zei het al zo mooi: “I believe that books, once written, have no need of their authors.” En velen met haar, zoals in La mort de l’auteur, door een Franse theoreticus die tenminste echt te respecteren valt: Roland Barthes:

Barthes’ essay argues against traditional literary criticism’s practice of incorporating the intentions and biographical context of an author in an interpretation of a text, and instead argues that writing and creator are unrelated.

Niet dat de link niet mag gemaakt worden, denk ik. Maar als het kunstwerk op zich niet op zichzelf kan staan of van weinig betekenis is zonder de “context” van auteur — of meer: de context die de auteur er continu wil bij verschaffen, dan schiet er denk ik weinig van over. Dan begint het te ruiken naar commercialisme. Of de kunstenaar de moed zou hebben gehad om het werk te scheppen en dan te verdwijnen? Ik betwijfel het. Het is geen Banksy. Zo’n helden hebben we niet in België.

Dat is wat ik er van denk. Meningen verschillen. Alle begrip voor. Maar op een bepaald moment moet je bij dit en elk ander onderwerp de vraag stellen tot wat de discussie dient. Elkaars begrip verruimen? Het eigen gelijk halen? Of naar eens eigen stem willen luisteren? Bij geen van de drie opties is er een einde in zicht.

Een reis zonder einde is goed voor zij die graag verder stappen. Maar voor sommigen van ons heeft het pad ons ver genoeg gebracht.

 

Nieuw jaar

En zo duiken we weer een nieuw jaar in. Een moment om even te mijmeren over wat voorbij is en wat nog komen zal. Met wensen en dromen vooral, en een vleugje neerslachtigheid. Met een nieuw jaar beseffen we immers ook onze eigen ouderdom.

Het is angstaanjagend hoe snel de jaren voorbij vliegen, soms. Ik herinner me nog dat mensen online de aankomst van 2017 aan het bespreken waren. “Slechter dan 2016 kan het toch niet worden,” zo werd gezegd. Met al die aanslagen en zo. Jammer genoeg had 2017 op dat vlak niet veel beters in petto.

De start van 2016 herinner ik me trouwens ook nog. Net zoals de jaren ervoor. Ik kan me nog perfect enkele beelden uit 2013 voor de geest halen. Mooie momenten, en ook minder prettige. Het valt vaak samen met grote veranderingen in het leven. Van werk veranderen. Je partner ontmoeten. Trouwen. Iemand verliezen.

Niet dat ik het wil vergelijken met een soort autistisch savantisme. Het is geen perfect visueel geheugen. Herinneringen werken niet als een lange perfect reproduceerbare film, maar eerder als een aaneensluiting van fragmenten. Wat wel gek is hoe vaak die beelden het heden komen binnenstromen. Te pas en te onpas, gevraagd en ongevraagd. Tot op het punt dat anderen mij er toch van beschuldigden een geheim dagboek bij te houden met eerdere ontmoetingen netjes in gedetailleerd, om die vervolgens bij een nieuwe samenkomst terug op te rakelen. Maar ik ben veel te lui om zo lang zo nauwgezet iets bij te houden.

Het is zoals een route te bewandelen voor de duizendste keer. Een pad dat je kent als je broekzak. Op een dag sta je op en merk je dat het hele landschap in mist gehuld is. Maar geen erg, het is nog steeds perfect doenbaar om je weg te vinden naar het verleden, waarbij je kunt vertrouwen op je stappen en er af en toe een punt van herkenning opduikt: een herinnering die je weer naar het volgende punt kan brengen. En zo voelt ieders innerlijke geest vertrouwd aan. Althans dat denken we toch, want wie weet wat gaat er schuil in de wazige mist in de bermen naast het pad dat we zo graag bewandelen? Wie durft daar naar kijken?

De afstand inschatten wordt in die mist ook een stuk lastiger. Iets dat haast gisteren leek bleek uiteindelijk drie jaar geleden te zijn geweest. Confronterend is dat. Een ouder familielid legde het toen ik zo’n tien jaar oud was helder uit. “Waarom een jaar zo lang lijkt te duren? Voor jou wel. Een jaar is een tiende van je level. Teken dat is op een blad ruitjespapier. Dat is heel wat. Voor mij is een jaar een zeventigste van mijn level. Dat is een fragment, een nietigheid. Iets dat zo voorbij is. Iets dat insignificant is. Je kan het evengoed niet tekenen en mijn balkje zou haast even lang of kort lijken.”

Wat het kantelpunt is weet ik niet, maar ik voel ook dat de jaren veel te snel voorbij gaan. Ergens snak ik wel naar een jaar dat nog eens eindeloos lijkt te zijn. Een zomer die maanden lijkt te duren, vol warme, hete, zwoele dagen. En een winter waar het elke dag sneeuwt en kerstmis vol warme, heerlijke, trage momenten zat. Met chocomelk, de geur van kruidnagel en sinaasappel. Een eerste ontmoeting nog vol verwachting en liefde. Een beetje kinds, ik weet het, maar ik wens anderen toch vooral een traag en rustig 2018. Zonder te veel notificaties, sociale media, breaking news, en dingen die “gisteren al gedaan moesten zijn”.