Dialogue intérieure

door Vulpius

Ik besloot dus een wandeling te maken…

Het klonk meteen al als een idioot idee, ik maak nooit wandelingen (dit is inmiddels veranderd), maar ik ben wel het type persoon waarvan iemand zou kunnen denken dat het een wandelaar is. En dan heb ik het niet over het soort wandelingen waarbij je overladen met materiaal ergens in een koud land een berg zit te beklimmen, maar over de ‘even de gedachten verzetten’-soort wandelingen.

Het schijnt dat een ommetje door het park ideaal is om de gedachten even de vrije loop te laten, en zo tot verhelderende conclusies te komen. Misschien is dat wel de reden waarom ik nooit begonnen ben aan zulk een wandeling: ik ben bang om lang alleen te zijn met mijn gedachten.

Vandaar dat ik ook vrij onzeker de voordeur achter me sloot, en gemaakt zelfverzekerd de straat betrad. Uiteindelijk bleek het wel mee te vallen, ik had het veel te druk met het observeren van andere wandelaars, of ze aan me zouden merken dat ik een ‘outsider’ was – alhoewel dat in dit geval misschien niet het correcte woord was, want tenslotte waren zij ook allen ‘outside’.

Na een tijdje in het park rondgedwaald te hebben besloot ik de enscenering compleet te maken en even uit te rusten bij een bankje. Niet rond de vijver, helaas, want dat heeft ons park niet. Ik had zelfs aanvankelijk niet opgemerkt dat er iemand naast me was komen zitten.

Maar wat een schok ging er door me heen toen ik het merkte: een heer van respectabele leeftijd (bejaard) had net zoals ik zin gekregen om even de benen te laten rusten. Wat een ramp zou dit worden: hij zou tegen me beginnen spreken, hij zou zich ongemakkelijk gaan voelen omdat geen van ons beiden een gesprekje start. Dus zou hij moeten gaan beginnen over – God sta me bij: het weer.
Nadat we het beiden eens zouden zijn over de huidige situatie wat betreft temperatuur, vochtigheidsgraad en windsnelheid zou er een stilte vallen, en zouden we ons wederom beiden ongemakkelijk voelen.

Opstaan behoorde niet tot de opties, ik zat amper twee minuutjes, en nu opstaan zou waarschijnlijk de argwaan van de doorwinterde wandelaars wekken. Dus ik moest wel afwachten.

Tot mijn grote verbazing zei hij niets. Ik begon te denken dat hij misschien wel net over dit soort situaties denkt als ik, of dat hij maar terughoudend staat tegenover ‘de jeugd van tegenwoordig’. In ieder geval was ik er niet rouwig om, en we staarden allebei maar wat naar de vijver die er niet was.

Op een of andere manier kwam hij me bekend voor. Hij had een soort uitstraling, een aura die niet echt past bij doordeweekse oudere mensen, maar bij hem blijkbaar perfect op zijn plaats was.

‘Prettige dag nog.’, klonk het vriendelijk
Ik schrok me rot, hij was opgestaan en had zijn wandelingetje terug aangevangen, en ik kon alleen maar ‘Ja. U. Ook?’ piepen.

Toen merkte ik een verfomfaaid stukje papier naast me, het moest uit zijn achterzak gevallen zijn, ik wou hem nog naroepen of desnoods nalopen. Excuus: na-wandelen, maar hij was nergens meer te bespeuren.

Het papiertje zelf zag er trouwens uit alsof het veel te lang in die achterzak had verbleven, er stond een tekst op, met potlood geschreven, en de meeste woorden waren niet meer leesbaar:

When the soul touches the heart
When the moon touches the sun
I wonder, for if the rumors were true, where else would I go. I’d have to cut my ears, wash my eyes and burn my tongue to be truly free, but what is freedom besides the fact that you’re the only inhabitant of the fantasy-space-time, created by yourself.
An artist, they say, stays up late and works all night, but I’m no
artist, nor do I create art, I create riddles for you – and me – to solve. Solve my puzzle called ‘heart’, a treasure will be found, must be found within. Must not be found as it is defined ‘secret’, a secrecy, a forgery of the mind, a prediction of the soul, an omen of all things […].
If you […] and me not, think of me as one not understanding myself either there […] but much to write […] to speak… I’m not an artist, but still, I hold a secret. A secret rumored free, evil rumor, and dark words in even darker rooms, darker rooms of emotions and twisted chambers of the moonmind, the mind […] turned to the moon, turned away from the sun to seek solitude in what is called […] even more high and low and my tongue doesn’t follow my mind anymore, she speaks for the self, for the not no say no more.I hate talks, when ignored to death, embrace your humble crying […] and embrace the secrets, the thoughts of other, for it is the reason why I went down into the abyss, deeper and deeper until they follow me. They are faster because I speak and fail to listen.
At what hour will I be able to reason again? I do not know. At what hour you will stop disobeying, when you will stop lying the lies about the even more black thoughts that I do not dare to call my own? It is as they have been created by the devil himself. Yet instructed by a
God, it consumes my inner rest, it consumes their filthy unknowingly, unrespectful mouths, they should not know as they can’t resist pain, if even I can not resist the pain I feel – oh, the agony – created by myself […]
I am not a secret, but I forge thoughts. An artist creates art, I create reflection. Of rumours of jealousy, but I must ignore them for only two days longer, let’s hope and try to love to make the best to shut their thoughts up to reveal my secret…
Tired to make you, me, us say […]. You wish you know, I wish I hadn’t. Sad tired

Ik voelde me een beetje een voyeur. Een eigenaardig stuk tekst was dit, ik vroeg me af wat de andere pagina’s zouden bevatten, als die er waren. Deze tekst was belachelijk en diepzinnig tegelijk. De ouderen weten ons dan toch nog te verrassen.

Een ding staat echter vast: wandelingen zijn me te gevaarlijk.

Advertenties