Praten gaat makkelijk als je neerligt

door Vulpius

“Hoe lang dat al bezig is?”, echode ik, “Toch al een heel tijdje hoor. Natuurlijk kan je zoiets nooit op een datum vastpinnen – dat denk ik toch –“

“ja inderdaad, maar ik denk toch ongeveer… ongeveer drie jaar”

“Dat is inderdaad een redelijk lange tijd dokter. Tenminste als u het zegt.”

“Neen, ik noem u liever dokter,en dat bent u toch wel degelijk? Maar ‘psychiater’ klinkt zo akelig en het geeft mij de indruk dat ik gek ben, terwijl ‘dokter’ mij eerder in de positie van ‘patiënt’ plaatst.”

“Och neen, gewoon persoonlijke voorkeur,… dokter, dat is alles.”
Ik probeerde een gek glimlachje uit mijn gezicht te persen, om de man gelukkig te maken.

“Ja, vraagt u maar gerust verder hoor.”

“Moeilijk? Wat is moeilijk? Eigenlijk is dat toch wel verbazingwekkend, vooral de laatste tijd heb ik het er moeilijk mee, het is denk ik zoiets dat exponentieel toeneemt in functie van de tijd, aanvankelijk heb je er weinig last van, omdat…”

“inderdaad, omdat je nog maar weinig herinneringen hebt en weinig om op terug te denken, maar eenmaal je enkele jaren verder bent zit er natuurlijk veel meer in het geheugen, en ben je er dus veel meer mee bezig. Dit is normaal zeker?”

“Dat dacht ik al.”

“Niets bijzonders hoor, ik kan me voorstellen dat er mensen in een soortgelijke situatie verkeren en het er veel moeilijker mee hebben.”

“Ja, het is dan ook uw beroep nietwaar? Maar u uw zin: gewoon alles associëren met… u weet wel, er de hele dag mee in je kop zitten, van het ogenblik dat je je ogen opent tot het moment dat je piekerend in slaap valt.”

“Zeg dat wel, bovendien heb ik vaak dat gevoel gehad, maar na een tijd ging het vanzelf weer over, maar dat wordt ook steeds moeilijker.”

“Oh zeker wel, wat had u verwacht tijdens zo’n lange periode. Soms waren er echt momenten dat ik dacht: ‘nu kap ik ermee, nu is het genoeg geweest, stoppen’, soms was er angst of haat om die gedachte te ondersteunen, maar hoe sterk ik er me ook tegen verzette – bewust of onbewust –“

“altijd inderdaad.”
We zwegen even.

“Frustrerend? Frustrerend is misschien een iets verkeerde term, ik zou het iets eufemistischer willen uitdrukken, bovendien is een frustratie in wezen iets negatief, dit is niet zo negatief, eerder… een hindernis naar het genot toe. Je zou het kunnen vergelijken met – niet dat ik hiervan kan meespreken, ik weet niet eens hoe ik daarop kom – een junk die een shot zet, de prik van de naald doet even pijn, zeker de eerste keren, maar nadien voelt het toch zo bevrijdend aan.”

“Daarin hebt u volkomen gelijk, ik echter krijg geen bevrijding achteraf, nog niet althans…”

“Wat ik daarmee bedoel? Gewoon, je weet maar nooit.”

“Uiteraard blijf ik hopen, dat zal wel een van de belangrijkste drijfveren zijn waarom het blijft duren.”

“Ja, daar heb ik soms wel eens aan gedacht. Niet altijd om die reden echter, maar toch sporadisch, en soms vrij diepgeworteld ja.”

“Nee, maakt u zich vooral geen zorgen. Ik ben niet het type denk ik die dat dan ook werkelijk zal doen. Ik vind dat blijk geven van zwakte.”

“Hehe, denkt u dat? En hoe zou ik dat dan kwijt kunnen?”

“Haha, niet meer sinds ik een kind was, zoiets kan je gewoon niet maken.”

“Ja, in theorie wel, maar even serieus: dat gaat niet, en dat zou ik zelf ook maar flauw vinden. Ja heus.”

“Neen bij anderen vind ik het wel meelijwekkend, maar zelf toch liever niet hoor.”

“Raadt u maar…”

“Heeft u al gehad inderdaad.”

“Hmm daar is onlangs een documentaire over uitgezonden, ook verschrikkelijk dom vind ik.”

“Om dezelfde redenen, het komt toch altijd weer op jezelf neer, bovendien is het allemaal maar opgekropt en zwakjes… Niet dat ik die mensen laf vind, integendeel, maar niet bij mezelf,… (dat dacht ik toen althans) sorry?”

“… jaja dat weet ik wel,…”

“oooh, bingo! Haha dat is maar een grapje. Toch… toch moet ik toegeven dat ik er wel mee speel, met de idee bedoel ik. Af en toe beeld ik me zulk een situatie in.”

“Welja ik moet toegeven dat de voldoening er is, ze is van korte duur maar ze is er toch, zoiets als een kleine pijstiller.”

“Neen, bent u gek? Natuurlijk niet, maar het is leuk om erover te denken, over de situatie en het plan en het uitvoeren ervan, in je gedachten kan je je het al bijna zien doen, en de reactie zien, proeven… heerlijk bijna. Ik denk dat er velen dat doen, niet?”

“Neen beroepsgeheim zeker?”

“Laat maar hoor, het is trouwens tijd, u bent toch niet bang nu?” Ik grinnik half gespeeld en half gemeend.

“Mooi, tot volgende week dan maar?”

“Tot dan.”

Advertenties