De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

door Vulpius

Zoals beloofd wat meer fragmentjes uit dit boek. Tomas, een van de hoofdpersonages uit het boek, bedenkt zich het volgende:

“Een mens kan nooit weten wat hij wil, omdat hij maar een leven heeft dat hij niet aan zijn voorgaande levens kan toetsen, noch in zijn volgende levens kan herstellen.
Is het beter samen met Tereza te zijn of alleen te blijven?
Er bestaat geen mogelijkheid om na te gaan welke beslissing beter is, want er is geen vergelijking. Wij maken alles zomaar voor het eerst en onvoorbereid mee, net als een acteur die voor de vuist een stuk speelt. Maar wat kan het leven waard zijn, als de eerste repetitie voor het leven al het leven zelf is? Het leven lijkt daarom altijd op  een schets. Hoewel het woord ‘schets’ evenmin juist is, want een schets is altijd een ontwerp voor iets, de voorbereiding voor een schilderij, terwijl de schets van ons leven een schets is voor niets, het ontwerp zonder een schilderij.
Einmal ist keinmal, herhaalt Tomas het Duitse gezegde. Wat maar een maal gebeurt, hoeft net zo goed helemaal niet te gebeuren. Als we maar een leven mogen leven, hoeven we net zo goed helemaal niet te leven.”

Deze schitterende analyse, die redelijk snel in het boek voorkomt, slaat meteen de nagel op de kop. Deze gedachte zal nog veel in het boek terugkomen en geeft ook de dualiteit weer tussen lichtheid en zwaarte. Wanneer we onmogelijk onze keuzes en beslissingen kunnen toetsen, heeft het enerzijds geen zin om er ons druk over te maken. We kunnen dan best ons gevoel en hart volgen en elke dag nemen zoals die komt (lichtheid). Aan de andere kant worden we overspoeld met een gevoel van melancholie en nihilisme: als onze keuzes inderdaad zo ontoetsbaar worden tot op zo’n niveau dat ze totaal irrelevant worden, wat heeft het leven dan nog voor zin? Dan kunnen we evengoed niet leven.

Deze dualiteit tussen lichtheid en zwaarte is ook iets wat geregeld terugkomt, net zoals het begrip ‘herhaling’. In het begin van het boek verteld Kundera over de ideeën van Nietzsche (een geniaal man):

“De idee van de eeuwige terugkeer der dingen is raadselachtig en Nietzsche heeft er andere filosofen mee in verlegenheid gebracht: te denken dat alles zich eens zou herhalen zoals we al eens hebben beleefd, en dat ook die herhaling eindeloos zou doorgaan! […]
Zou elke seconde van ons leven zich oneindig herhalen, dan zijn we vastgenageld aan de eeuwigheid zoals Jezus Christus aan het kruis. Dat is een verschrikkelijk vooruitzicht. In de wereld van de eeuwige terugkeer rust op elke handeling het gewicht van een ondraaglijke verantwoordelijkheid. Daarom noemde Nietzsche het idee van de eeuwige terugkeer de zwaarste last (das schwerste Gewicht).
Als de eeuwige terugkeer de zwaarste last is, kan ons leven tegen die achtergrond uitkomen in al zijn schitterende lichtheid.
Maar is de zwaarte werkelijk verschikkelijk en lichtheid schitterend?
De zwaarste last breekt ons, laat ons struikelen, drukt ons tegen de grond. Maar in de liefdespoezie aller tijden verlangt de vrouw ernaar de zware last van het mannenlichaam op het hare te voelen. De zwaarste last is derhalve ook het beeld van de meest intense levensvervulling. Hoe zwaarder de last, des te dichter bij de grond, des te werkelijker en echter is ons leven.
De absolute afwezigheid van een last daarentegen veroorzaakt dat de mens lichter wordt dan lucht, omhoog vliegt, boven de aarde en het aardse bestaan zweeft, slechts voor de helft werkelijk wordt en zijn bewegingen even vrij als zinloos zijn.
Wat moeten we dan kiezen? Zwaarte of lichtheid?”

Wat moeten we dan kiezen? De auteur vertelt hoe Parmides zich deze vraag ook al stelde in de zesde eeuw voor Christus. Hij zag de hele wereld als dualiteiten en tegenstellingen. De ene negatief (duisternis) en de andere positief (licht). Een dergelijke scheiding lijkt eenvoudig, maar wat is positief? Zwaarte of lichtheid? Parmides komt tot het besluit dat lichtheid positief is. Maar had hij gelijk?

Ook over de liefde valt er een hoop te lezen:

“Liefde openbaart zich niet door een verlangen om te vrijen (dat verlangen geldt een ontelbare hoeveelheid vrouwen), maar door een verlangen naar een gedeelde slaap (dit verlangen geldt een enkele vrouw).”

De auteur begint later met een uitgebreide analyse van zijn eigen hoofdpersonages. Hij stelt dat personages niet makkelijk te vergelijken zijn met personen. Mensen hebben een hele levengeschiedenis, personages worden geboren uit een metafoor. (Eerder in het boek stond er reeds “met metaforen kun je beter niet spelen. Liefde kan geboren worden uit een enkele metafoor”.)

Bij het lezen van het volgende fragment kan men als lezer bijna een rilling voelen opkruipen die groter wordt na elke zin:

“Degene die steeds ‘hoger’ wil, moet erop rekenen dat hij op een dag duizelig wordt. Wat is een duizeling? Angst om te vallen? Maar waarom worden we ook duizelig op een uitkijktoren met een veiligheidshek? Een duizeling is iets anders dan angst om te vallen. Een duizeling betekent dat de diepte ons trekt, lokt, het verlangen om te vallen in ons wekt, waartegen we ons dan geschrokken verzetten.”

Later raakt Kundera het onderwerp van de seksualiteit aan. Waarom zoekt Tomas naar dat ‘ene speciale miljoenste’ deeltje in seks?

“Alleen in de seksualiteit openbaart dat miljoenste zich als iets kostbaars, want het is niet toegankelijk voor publiek en moet veroverd worden. Nog maar een halve eeuw geleden duurde een verovering lang (weken, soms zelfs maanden!), en de daarvoor benodigde tijd bepaalde daarom de waarde van het veroverde. Ondanks het feit dat het veroveringsspel vandaag veel minder tijd kost, wordt de seksualiteit nog steeds gezien als een metalen kistje waarin het geheim van de vrouwelijke ‘ik’ verborgen ligt.
Dus niet het verlangen naar genot (het genot was daarbij een meevaller), maar het verlangen greep op de wereld te krijgen (het lichaam van de wereld met zijn scalpel open te rijten) dreef hem naar vrouwen.”

De auteur gaat kort daarop verder met een beschrijving van twee types rokkenjagers:

“Bij mannen die op een hoeveelheid vrouwen jagen kunnen we gemakkelijk twee categorieen onderscheiden. De ene zoekt in alle vrouwen zijn eigen subjectieve en steeds dezelfde droomvrouw. De andere wordt gedreven door een verlangen de oneindige verscheidenheid van de objectieve vrouwenwereld te begrijpen.
De bezetenheid van mannen van de eerste categorie is lyrisch: ze zoeken in vrouwen zichzelf, hun ideaal en worden keer op keer teleurgesteld, want een ideaal is, zoals bekend, niet te vinden. De teleurstelling die hen van vrouw naar vrouw drijft, geeft hun wispelturigheid een romantisch excuus, zodat veel sentimentele dames ontroerd raken door hun ongeremde polygamie.
De andere bezetenheid is episch en vrouwen zien er niets ontroerends in: de man projecteert in de vrouwen geen subjectief ideaal; alles intrigeert hem daarom en niets kan hem teleurstellen. En juist die onmogelijkheid teleurgesteld te worden heeft iets schokkends. De bezetenheid van de epische rokkenjager vindt men niet ingelost (niet ingelost door een teleurstelling).
Aangezien de lyrische rokkenjager steeds hetzelfde type vrouw najaagt, valt het niemand op dat hij van minnares wisselt; door zijn vrienden ontstaan steeds misverstanden, want ze zijn niet in staat zijn vriendinnen uit elkaar te houden en spreken hen telkens aan met dezelfde naam.
De epische rokkenjagers (en daar hoort Tomas juist bij) verwijderen zich in hun jacht naar kennis steeds meer en meer van de conventionele vrouwelijke schoonheid, waar ze al gauw genoeg van krijgen, en eindigen onherroepelijk als verzamelaars van curiosa. Ze weten dat van zichzelf, schamen zich er een beetje voor, en om hun vrienden niet in verlegenheid te brengen, vertonen ze zich met hun minnaressen niet in het openbaar.”

Een lange maar knappe beschrijving, zeker het volgende legde bij mij de vinger op de wonde: “de teleurstelling die hen van vrouw naar vrouw drijft, geeft hun wispelturigheid een romantisch excuus“. Een romantisch excuus: inderdaad.

“Als opwinding een mechanisme is waarmee onze Schepper zich vermaakt, is liefde daarentegen iets van ons waarmee we aan de Schepper ontglippen. Liefde is onze vrijheid. Liefde is de keerzijde van ‘Es muss sein!’.
Maar ook dat is niet helemaal waar. Al is liefde iets anders dan het horlogemechaniek van de seks waarmee de Schepper zich vermaakte, ze is toch wel gebonden aan dat mechaniek. Ze is eraan gebonden zoals een fragiele naakte vrouw aan de slinger van een reusachtige pendule.”

Of, zoals de schrijver op een ander punt opmerkt: “in het paradijs zal enkel genot, maar geen opwinding zijn”.

De schrijver vertelt ook over de mooie mythe uit Plato’s Symposium: die verhaalt dat de mensen eerst hermafrodiet waren en God ons in twee helften splitte, die sindsdien door de wereld dwalen en elkaar zoeken: liefde is dan het verlangen en zoeken naar onze ‘verloren helft’.

Naar het einde van het boek wordt uitgelegd hoe iederen mens graag heeft dat er iemand naar ons kijkt, de types vallen dan op te splitsen in vier soorten:

“De eerste categorie verlangt naar een eindeloze hoeveelheid anonieme ogen, met andere woorden: een blik van het publiek. [Zangers, acteurs.] […]
De tweede categorie omvat mensen die om te leven veel bekende ogen nodig hebben. […] Ze zijn gelukkiger dan de eerste soort mensen, die na het verlies van hun publiek het gevoel krijgen dat in de zaal van hun leven de lichten zijn gedoofd. [Organisatoren van eindeloze stroom feestjes etc…] […]
Dan komt de derde categorie mensen, die er behoefte aan hebben steeds in de blik te zijn van een geliefd persoon. Hun situatie is even gevaarlijk als de situatie van de eerste categorie mensen. De ogen van de geliefde persoon zullen zich eens sluiten en het zal donker zijn in de zaal. […]
En tot slot de vierde categorie, de zeldzaamste, van mensen die leven onder de denkbeeldige blik van afwezig publiek. Dat zijn dromers.”

Een schitterende beschrijving weeral. Ik heb me zitten afvragen tot welke categorie ik zou kunnen behoren. En ik vrees dat ik zowat alle stadia heb doorgelopen: toen ik jong was was ik een dromer, ik genoot ervan mezelf een ‘denkbeeldig publiek’ voor te stellen. Later dan was ik tevreden met een hoeveelheid anonieme ogen (toen ik zelf op het podium stond), het vervulde mij van een trots die helaas snel weg ging toen de voorstelling afgelopen was, waarna ik in een melancholische bui terecht kwam. Nadien kwam ik terecht in het clubje dat bekende ogen nodig had. Ik was tevreden met alle aandacht die ik kreeg en organiseerde erop los.

Nu echter verlang ik al veel te lang naar ogen van een geliefde.

Ten slotte verteld Kundera over de verhouding tussen mensen en dieren.

“De ware goedheid van de mens kan zich alleen in volstrekte zuiverheid en vrijheid manifesteren jegens hem die geen kracht vertegenwoordigt. De werkelijke morele beproeving van de mens, de meest essentiele (zo diep geborgen dat die zich aan onze blik onttrekt), berust op zijn verhouding tot wie aan hem zijn overgeleverd: de dieren. En dit werd het fundamentele debâcle van de mens, zo fundamenteel dat juist daaruit alle andere debâcles voortkomen.

Het verhaal eindigt uiteindelijk in pure eenvoud: de Tomas en Tereza leven in volledige eenvoud en vinden na alle zwaarte eindelijk lichtheid.

Uiteraard is dit slechts een zeer korte bloemlezing. Het bevat enkele stukjes die ik zeker wou bewaren om later nog eens te doorlezen. Om echt volledig van het boek te genieten moet u het zeker zelf eens lezen.

“Geluk is het streven naar herhaling”, misschien wel. Het is in ieder geval knap om te zien hoe een auteur zoals Kundera jaren geleden er al in sloeg om gedachten die de mens bezig houden op te schrijven. Nu stellen wij ons, ieder mens apart, ons nog steeds dezelfde vragen. De antwoorden worden – onder meer in de kunst – telkens op andere manieren geformuleerd. Toch zien we ook in de kunst bepaalde cycli (vroom, klassiek, decadent, etc) telkens terugkeren. Alles is herhaling, het is de zwaarste last die we als mens moeten dragen, Nietzsche had gelijk.

Advertenties