Brief voor mijn vrienden

door Vulpius

En het is begonnen. De eerste confrontatie. Dit komt echter niet als een verrassing aan. De spanning was al enkele weken te snijden en die is nu dus geëxplodeerd. Niet dat ik er naar uitkeek. De laatste tijd probeer ik ruzies te vermijden als de pest. Jammer genoeg proberen de mensen rondom mij dat niet. En aldus zie ik mij nu geconfronteerd met allerlei mensen die vinden dat “er iets met mij scheelt”, ik “zo raar doe” of “veranderd ben”.

En dan nu de tegenargumenten: neen ik ben op niemand kwaad, voel me bij niemand slecht en wil nog steeds de goeie banden blijven behouden zoals ik die vroeger had. Wat echter wel klopt is dat ik redelijk veranderd ben, het is te zeggen: ik ben koeler, rustiger, en gecontroleerder geworden. Maar dat hoeft niemand te verbazen, ik ben gewoon teruggekeerd naar mijn “baseline”, mijn normale gedrag.

Ik begrijp best wel dat jullie van mij in elke situatie verwachten dat ik zorg voor leuke gespreksonderwerpen, aangename grapjes en het creëren van een leuke sfeer in het algemeen. Echter wens ik wel even duidelijk te stellen dat de enige reden waarom jullie zo dol zijn op mijn affectief en ondersteunend gedrag voortvloeit uit de twee basisdriften van de mens zoals Freud die al beschreef, namelijk de seksuele drift en het verlangen om groots te zijn.

Laten we daar even op ingaan. Ten eerste: de seksuele drift. Ik ben mijn hele leven lang al tegenstander geweest van intiem en affectief gedrag tussen vrienden. Het zorgt voor te veel competitiviteit tussen de mannetjes en voor te veel positieve impulsen naar de vrouwtjes toe. Niet alleen in de dierenwereld. Uiteraard moet ik eerlijk zijn en kan ik dus best toegeven dat mijn afkeer tegen dit lichamelijke gedrag enkel voortkomt uit jaloersheid. Wanneer ik andere mensen zich vrolijk zie maken besef ik dat ik daar buiten val en ik voel me dus slecht. Maar ook wanneer ik mee mag doen is het voor mij niet genoeg, aangezien ik me dan “slechts een van de zovele voel”. En om eerlijk te zijn: ik doe liever helemaal niet mee dan het volgende nummer uit een rijtje te zijn. Men kan dus zeggen dat mijn favoriete situatie diegene is waarbij alle aandacht naar mij uitgaat en anderen jaloers en lijdzaam moeten toezien hoe ik die verkrijg. Ik ben dus een enorme egoïst. Gelukkig ben ik ook verstandig genoeg om te beseffen dat egoïsme een groep niet ten goede komt. Ook besef ik dat de meeste personen ergens wel denken zoals ik. Het enigste verschil zijnde dat de meesten echter wel akkoord zijn om het zoveelste nummertje in een rij te zijn (zoals ik hierboven beschreef). Dit zorgt bij mij natuurlijk voor veel frustraties. De beste oplossing is dus wat mij betreft om dat soort spanningen te vermijden, maar dat is een utopie, ik weet het.

Ten tweede: het verlangen om grootst te zijn. Iedereen voelt zich graag belangrijk, en – ik geef toe – ik nog het meest van al. Echter probeer ik er vaak niet enkel voor te zorgen dat mensen mij belangrijk vinden, maar ik probeer dit altijd te doen op zulk een wijze dat ze mogen meegenieten van de aandacht en dat ik ze steeds ten volle probeer te betrekken bij het groepsgebeuren. Ik ben een voorstander van transparantie en zaken zoals roddelen of geheimzinnigheid doen mijn haren overeind staan.

Uiteraard moet men bij dit systeem altijd met een grote verantwoordelijkheid rekening houden. Men komt veel dingen te weten die men voor zichzelf moet houden. Anderen echter zijn niet terughoudend over de weinige zaken die ze weten en verkopen het dan ook aan iedereen die het al dan niet wil horen. Dit zorgt wederom voor veel frustraties. Probeer je in te beelden dat iemand druk aan het opscheppen is over een bepaald element en er bovendien trots op is dat hij of zij dat allemaal weet. Probeer je nadien in te denken dat jij er eigenlijk veel meer van weet maar daar niets van mag zeggen – wegens belofte. Pijnlijk maar draaglijk: dit is nu eenmaal nodig af en toe.

Maar we zijn allemaal zwak en nadat iedereen zijn of haar problemen heeft verteld begin je zelf ook te verlangen naar het kunnen uiten van jezelf. Ik heb daar altijd moeite mee gehad. Dit heeft mij het imago van geheimzinnig en mysterieus persoon opgeleverd, waar ik eigenlijk nog niet zo kwaad om ben – integendeel. Maar trots en reputatie verhinderen mij aldus om iets over mezelf te vertellen. Bepaalde gevoelens heb ik lang verborgen moeten houden en ik ben door zeer veel moeilijke tijden moeten gaan. Allemaal goed en wel zolang je beseft dat je vrienden er altijd zullen zijn om je te steunen. Dan wil je wel eens door een vuur lopen en dan wil je steeds iemand anders helpen wanneer hij of zij erom vraagt – met plezier en interesse zelfs. Het geeft je een verlangen van grootsheid, van belangrijk zijn: je bent nodig om anderen te helpen. En ook de andere krijgt een goed gevoel: er is iemand die luistert naar mij.

En dan tenslotte komt er een punt wanneer anderen hun problemen opzij gaan schuiven en overgaan op actie. Bij iedereen komt er wel een bepaald punt waarop ze beslissen dat ze niet bij de pakken kunnen blijven zitten en een oplossing moeten zoeken – bewust of onbewust. Mijn probleem is dat ik hier zeer resistent tegen ben: ik tob veel te graag over mijn problemen en lijden. En dan kom je dus plots bij een punt waarop je begint te merken dat anderen verder gaan met hun leven en het geluk terug aan het vinden zijn. Geluk waar jij een deel van kan uitmaken. Maar ook zonder jou gaat het hun perfect af. Ze zijn hun tobben en piekeren van weleer vergeten – alsmede de hulp die je toen probeerde bieden. Ze kijken verder en ze vinden hun antwoorden. Natuurlijk ben ik daar zeer blij om, ik ga zeker niet proberen iemand anders hun geluk te ontnemen. Maar aan de andere kant ben ik ook teleurgesteld: ik ben jaloers en ik zit nog steeds in een situatie waarin ik geen geluk heb kunnen vinden. Die twee worden wel eens verward. Bovendien voel ik me helemaal slecht worden wanneer ik merk dat anderen hun zienswijzen aan me proberen op te leggen, en dan in het bijzonder wanneer ik tegelijk moet merken dat ze me helemaal niet kennen – zelfs na al die tijd. (Maar dat zou in principe ook mijn fout kunnen zijn, dat klopt.)

Op zo’n punt heb je twee opties. Ofwel speel je een spelletje en zet je een masker op. Vanaf dat ogenblik word je een clown. Iemand die elke dag door een hel moet gaan om anderen te plezieren. Je dient als een decorstuk voor een ander zijn of haar geluk! De tweede optie is om zelf even na te denken en te beseffen dat mensen – wanneer het er op aan komt – in de eerste plaats aan zichzelf denken, ook jij. Om te beseffen dat alles tijdelijk is en alles verandert, maar dat alles toch altijd hetzelfde blijft. Toch gaat dit alles niet zonder moeite: je wordt stiller, je denkt meer na, en je begint steeds minder zin te krijgen om mee te doen in al die spelletjes van weleer. Want je hebt gemerkt dat – wanneer je niet mee doet – de anderen gewoon doorgaan met hun spelen en plezier hebben, net alsof je er überhaupt nooit aan hebt meegedaan. En als men dan al eens probeert om begrip te tonen, om te vragen of er iets scheelt of waarom je zo raar doet, dan nog komt dat hard aan. De reden hiervoor is de volgende: ik kan me niet van het idee ontdoen dat ze me dat niet vragen omdat ze oprecht bezorgd zijn om mij, maar omdat ze vrezen voor het evenwicht en harmonie van de groep, en omdat ze je leuke omgang missen die hun zo blij maakte. En omdat ze zich willen ontdoen van eender welk schuldgevoel dat de kop opstak of wel is zou kunnen opsteken.

En aldus keer ik terug naar mijn begintoestand, rustig, kalm, gecontroleerd, en tegen elke vorm van mouwvegerij, kinderlijkheid of affectie. Wanneer mensen beseffen dat ik dat niet doe omdat ik rancuneus ben maar omdat dat gewoon mijn aard is lukt het me zeker om mijn rust terug te vinden en terug een aangenaam persoon te worden. Hoe meer ze klagen echter over mijn gedrag hoe meer ingehouden ik zal worden. Waarom moet ik altijd vrolijk zijn? Waarom verlangt iedereen net alsof ik altijd perfect overkom, terwijl hun grootste verwijt naar mij toe is dat ik zogezegd altijd perfect of als perfect zijnde wil overkomen? Verbitterd en verraden. Alles is uiteindelijk altijd jouw fout. Niemand kijkt in zichzelf. De groep moet voortbestaan, desnoods gespeeld, desnoods gefabriceerd, desnoods gemaakt. Wanneer je je niet kan aanpassen kan je ophoepelen. Je hebt je waarschuwing gekregen en je krijgt niet veel tijd. Wat wordt het?

Dus, mijn lieve vrienden, plaats me niet voor deze keuze. Laat me even wie ik ben maar niet voor wie ik ben. Ik heb gewoon wat tijd nodig om mijn poging tot het zoeken naar diepgang (hoe dom) te staken en terug tot oppervlakkigheid te komen. En het gaat heus helemaal niet slecht met me, ik voel me zelfs redelijk goed. Alleen moeten jullie stoppen met te verlangen dat ik me altijd gedraag als de persoon die jullie willen dat ik ben, en met continu te vragen wat er aan de hand is.

Advertenties