Hier zitten we weer

door Vulpius

Halftwee. ’s Nachts. Een ideaal moment om nog eens lekker melig te doen dacht ik zo.

Omgeving: dezelfde ruimte als waar ik vrijwel altijd de nacht doorbreng. Ik heb mijn gordijnen gesloten en mijn lichten gedoofd. Ik heb wel al mijn kleine bureau- en nachtlampjes aangestoken in een poging om het een beetje ‘sfeervol’ te maken, of zoiets.

Door de ruimte galmt er pianomuziek, niet echt luid, maar toch luid genoeg om mijn buren te kunnen storen. Het is Claude Debussy, en Arturo Benedetti. Straks een beetje Back door Segovia Andre, of anders Waldeck, of zelfs wat Bob Dylan. Of misschien Django Reinhardt. Momenteel echter vullen de mistroostige pianoklanken mijn gedachten perfect aan. Hoe kan iemand zich hierdoor verstoord voelen?

Het leven kan soms ongelofelijk oneerlijk zijn, bedenk ik me. Ik probeer zo veel mogelijk specifieke details te vermijden wanneer ik hier schrijf (ik wil mezelf en anderen niet onnodig in het daglicht plaatsen), maar nu is er toch een beetje achtergrondinformatie nodig. Zonder al te veel details te geven.

Laten we een twee-drie jaar terug gaan in de tijd. Jongen ontmoet meisje, meisje is van het type losse-vogel, flirterig, maar met een ‘duister’ verleden waar ze stiekem wel een beetje trots op is, maar ook niet te veel. Jongen is van het type doet graag mysterieus zonder het te zijn, is onervaren, denkt veel te veel en weet zich niet goed in het leven te nestelen, al zal ie dat nooit tonen of toegeven.

Het resultaat is een speelse kameraadschap. Ze doen zich allebei een beetje stoer voor en beiden beleven wel plezier aan elkaars gezelschap. De knuffels en tedere aanrakingen worden gratuit weggegeven, zonder dat iemand er iets bij hoeft te denken.

En dan gebeurt natuurlijk het onvermijdelijke – er wordt iemand verliefd. In dit geval (niet volledig verrassend), de jongen. Ik dus.

Nu is de jongen van het type: klapt dicht wanneer het menens wordt, echte gevoelens en zo, griezelig. Hij vreest voor het stukbreken van de reeds opgebouwde relatie (iets wat op dat moment koste wat het kost vermeden moet worden), en besluit dus maar om alles op te kroppen – we zien wel.

Natuurlijk kan de jongen – ik – het niet laten om af en toe een slimme opmerking te maken. Iets om te polsen, iets om wat aanwijzingen te geven, denkt hij. Natuurlijk lijken dat soort dingen altijd veel duidelijker voor diegene die ze toont dan voor diegene die ze moet opmerken. Wat een genie.

Fast forward nu. Het draait een paar keer uit op gebroken (verborgen) gevoelens. Het meisje papt enkele keren aan met de grootse idioten eerst (natuurlijk zou eender wie hier een idioot lijken), en ondertussen is de jongen zwijgzaam en vriendelijk. Hij toont niets van de emotionele strijd die hij van binnen meemaakt. Hij vermoedt dat ze er toch iets van moet weten? Dat kan toch niet anders? Waarom komt het dan niet tot een gesprek? Weet ze het echt niet, of wil ze het er niet over hebben.

Het laatste jaar. De jongen begint te beseffen dat het weinig zin meer heeft en de verliefde gevoelens beginnen weg te kwijnen. Dit is niet de eerste keer dat zijn gevoelens even het onderspit moeten delven voor andere problemen,andere gevoelens, of zelfs meisjes (wat eigenlijk wel hypocriet is), maar het lijkt wel de eerste keer te zijn dat ze definitief de kast in mogen.

Ondertussen spreken jongen-meisje van tijd tot tijd nog af. Koetjes en kalfjes en gezellige etentjes. Af en toe krijg ik-slash-de jongen het even lastig, maar uiteindelijk begin ik te beseffen dat ik beter af ben en eigenlijk zelfs geen relatie zou willen met haar, toch niet met de hele set regeltjes en spelregels die erbij komen.

Ergens; we komen samen. Na wat dollen en lachen staan we plots op een centimeter afstand van elkaar. De jongen zoekt er verder niet echt iets achter. Achteraf krijgen we te horen dat ze dit een romantisch moment vond. Reactie: ‘Wat! Een romantisch moment, en ik heb niets gedaan! Oh wee.’

Maar dit ligt nu eenmaal achter ons, en dus zijn we nu aanbeland in de gewone vriendschapszone. Nu is dit meisje wel van het uitdagende, speelse type. Sommige kwatongen zouden dit misschien een ‘slet’ noemen, maar daar kan ik me niet meteen in vinden. Het opzettelijk spelen met gevoelens is nooit een incentief hier, en al bij al blijft het maar bij wat speelse contacten, zoiets kan toch onder vrienden? Natuurlijk kan dat.

Tot op een bepaald moment dat de jongen haar plots toch kust, even een kortsluiting. En niet even. Ze trekt haar niet terug. Ze zegt niet: ‘Neen, dit lijkt me niet goed.’ En ze gaat volop mee. Ik denk er twee dagen niets bij. Sinds enkele dagen geleden heb ik het gevoel dat er plots een tornado in mijn hoofd aan het werk is geweest. Uh-oh.

Maar voor haar is het gewoon iets wat is gebeurd, dit kan gebeuren onder vrienden. Neen, ze zou het niet met anderen hebben gedaan. Ja, het was een heel goeie kus (een ‘neen’ zou waarschijnlijk niet snel toegegeven worden, maar kom, toch mooi). Neen, ik zoek er niets meer achter. Ja, je kan meteen iemand krijgen als je wil. Maar niet ik. Ik vraag me af hoe dit mogelijk is. Ik ben een speciaal iemand, ze heeft geen spijt van wat er is gebeurd (ik ook niet), maar verder gaan, oh nee. Je kan toch gewoon niet niets voelen? Dat kan toch gewoon niet? Zoiets doe je toch niet zonder gevoel, zomaar even. Om je even een gunst te bewijzen of zo?

Arg! Alles is mogelijk, behalve datgene wat ik wil blijkbaar. Ik heb alles gedaan wat zowat doenbaar is lijkt mij nu. Ik ben zelfs ver langs mijn normale grenzen gegaan. Maar niets lijkt zin te hebben. Dit meisje is geen ‘ja’ of ‘nee’ maar zuigt gewoon alles wat je doet op als een spons. Een emotie-spons. Als een rots in de branding van mijn gevoelens: onvermurwbaar. Ik kan blazen en roepen en tieren en alles wat ik wil maar krijg gewoon geen antwoord, eender welk antwoord dan ook. Alles blijft gewoon zoals het is, status quo, niets gebeurd. Ben ik goed op weg maar mis ik nog net enkele ditjes en datjes? Of wordt er gewoon met mijn voeten gespeeld. Of beseft ze niet wat ik doormaak. Maar als ik alles uitleg, dan komt ze misschien tot de conclusie dat het beter is om ver uit mijn buurt te blijven… voor mijn eigen goed natuurlijk. Het punt is dat ik niet weet of dat echt een goeie oplossing zou zijn. Ik ben bang dat ik dan alles verloren ben.

Ik zit er weer eens goed onderdoor. Ik kan maar beter gaan slapen. Ik heb lang getwijfeld of ik dit publiek zou plaatsen. Uiteindelijk zit het internet al vol met Livejournals met kinderen die graag van een flat zouden springen. Bovendien bevat dit toch net iets te veel details naar mijn zin die bij bekenden die dit (toevallig of niet) zouden lezen een belletje zouden laten rinkelen: ‘Ik ken hem!’ Aan de andere kant verplicht ik niemand om dit te lezen, voelt het wel eens goed om mijn hart te luchten, en is alles wat ik opschreef gestyleerd en getypt ‘op het toppunt van mijn zieligheid’. Enkele uren geleden (of later) valt alles wel terug wat beter mee.

Een ding wil ik toch weten en ga ik spoedig toch eens vragen. Waarom niet? Als ik dat weet zal ik wel weer rapporteren. Of verwijder ik alsnog deze tekst, dat kan ook.

En ondertussen speelt Et La Lune Descend Sur Le Temple Qui Fut op de achtergrond. Zucht…

Advertenties