“Mensen vragen zo vaak of er iets scheelt met mij”: het zoeken naar aandacht via problemen, een wedstrijd in zieligheid, het leren luisteren naar echte gevoelens en een persoonlijke teleurstelling

door Vulpius

Met deze post wil ik een onderwerp aansnijden waarvan ik enkele jaren geleden al beloofde om het er uitgebreider over te hebben.

Even een kleine verwittiging: ik ben momenteel enorm kwaad, teleurgesteld, en droevig. Het heeft er me toe aangezet om deze tekst te schrijven. Ik wou eerst een korte, woedende gedachtenstroom van me af pennen, maar uiteindelijk bedacht ik me dat – als ik dit goed wou doen – ik beter kon proberen om minutieus het probleem te ontleden en te beschrijven.

Deze tekst zal een aantal punten aanraken. Waarom doen we zo graag zielig? Waarom gebruiken we het om attentie te krijgen? Wat ligt erachter? Wat kunnen we eraan doen? Het betreft hier een essentieel probleem in communiceren over onszelf naar anderen toe. Vervolgens sla ik een meer persoonlijke noot aan en zal ik het hebben over wat me specifiek overkwam. Terwijl ik dat doe heb ik het over psychologen. Welke problemen zijn professionele hulp waard? Zo weet je tenminste aan wat je te verwachten.

Zoals ik daarnet al opmerkte schreef ik in 2006 al over ‘Het collectieve lijden’. Persoonlijk vind ik dit nog steeds één van mijn betere teksten, waarin ik het heb over verloren vrienden en kennissen, de zoektocht van het leven, verslaving, melancholie, lijden, en tenslotte het valse karakter van beelden en specifieker, kunst. (Maar versta goed dat dit gewoon mijn eigen sullige weblog blijft, ik wil niet beweren dat ik een goed schrijver ben.) Het punt dat ik er nu wil uitpikken is melancholie en lijden. Ik citeer even mezelf, maar lees toch even mee:

Maar waar was ik? Achja: melancholie. Het eeuwige pijnlijk zoeken naar lyriek, balans en liefde door de romanticus. Het lijkt bijna ondraaglijk je leven te moeten ‘lijden’ in een onophoudelijke stroom van ‘angst’, zoals de Engelsen het noemen (anxiety). De enige gedachte waarmee we ons stiekem kunnen troosten is het feit dat we eigenlijk wel houden van deze gemoedstoestand. We zijn lekker voor onszelf op zoek naar deze emotie van weemoed. Wanneer het goed gaat proberen we ons snel af te zonderen om weer in onze vochtige, doch veilige donkere put te belanden. Geen enkele gebeurtenis kan dit type mensen (of ‘emos’, zoals ze in de pop-cultuur tegenwoordig zo vaak genoemd worden) er bovenop helpen. Geen enkele kleur is mooi genoeg, geen enkel zwart te donker. En eerlijk gezegd: het is niemand zijn of haar taak om deze mensen er dan ook bovenop te helpen of aandacht te schenken. Laat ons maar idiote gedichtjes schrijven of ons in slaap huilen. Tenslotte hebben we niks om echt over te klagen buiten het feit dat we ons zo graag in een depressieve (en dan niet eens een echte) bui duwen.

Veel mensen worden verslaafd aan een zeer eigenaardig product. Het betreft hier niet alcohol, nicotine, of andere chemische. Ze worden ‘high’ van emoties (eigenlijk is dat wel een chemische verslaving). Sommigen worden verslaafd aan het gevoel ze krijgen wanneer ze verliefd zijn. De eerste spontane gevoelens van verliefdheid gaan echter snel over en ze moeten dus vaak van partner wisselen. Anderen weer worden verslaafd aan het gevoel dat ze krijgen wanneer ze macht uitoefenen, bijvoorbeeld met fysieke kracht. Nog anderen verkeren graag in een toestand van zelfbeklag en pijn. Net zoals conventionele verslavingen verliezen deze endorfines en adrenalines hun effect naarmate men ze meer gebruikt, dus moeten steeds hogere dosissen aangewend worden om het gewenste effect te bereiken. Deze ‘emotionele verslaving’ is grondig onderzocht en ik ga er nu niet verder op in, het kan een onderwerp vormen voor een volgende tekst.

We voelen ons dus allemaal een beetje speciaal, ook al was het maar omdat we het gevoel hebben dat ‘we helemaal niet speciaal en zielig’ zijn. Wat een ironie.

En dan nu het collectieve lijden. Een zielenpoot heeft vandaag de dag kansen genoeg om zijn of haar angst te verkondigen aan de rest van de wereld (of lotgenootjes). Myspace en deviantART zijn er voorbeelden van. Maar wat denkt een zich-speciaal-voelende zielenpoot dan wanneer hij of zij tekstjes of andere kunst (al dan niet kitsch) ziet? Juist, niks is zo erg als te moeten aanzien hoe iemand anders de gedachten en gevoelens waarvan jij dacht dat ze zo uniek en persoonlijk waren heeft kunnen uitdrukken in beelden en woorden die je in vervoering brengen. Een citaat (de bron herinner ik me niet meer, de ouderdom) hieromtrent gaat ongeveer als volgt: “in het werk van een genie vinden we steeds onze eigen verworpen, aan de kant geschoven gedachten terug”, en dat is pijnlijk correct.

[…] men moet aanzien hou anderen er in slagen hun jammerlijke leven toonbaar te maken aan anderen, het motiveert de persoon in kwestie om in een nog diepere put te vallen: enerzijds omdat ze gewoon jaloers zijn. Niet op het feit dat anderen er wel of niet slechter aan toe zijn, maar eerder op het feit dat ze anderen blijkbaar beter de indruk kunnen geven dat het hun slecht gaat. Anderzijds willen ze gewoon een nog krachtiger peil van gevoelens bereiken dat hun in staat zal stellen deze op een meer pakkende wijze toonbaar te maken aan anderen.

De belangrijke stukjes staan cursief. Dit stukje tekst vormt het onderwerp dat ik verder wil verkennen vanavond (het is reeds bijzonder laat momenteel). Jammer genoeg vrees ik dat ik dit keer niet in staat zal zijn om een zakelijke, algemeen geldende beschrijving te geven (alhoewel het me toch nog aardig zal lukken). In plaats daarvan zal ik het toepassen op een specifiek voorval. Het voorval dat me eerder vandaag zo boos en droef maakte. Ik hoop dat niemand bezwaar heeft tegen dit klein beetje voyeurisme.

In 2007 schreef ik nog iets anders, namelijk een brief voor mijn vrienden. Ook daaruit wil ik enkele elementen hergebruiken. Ik vat het weer even samen:

[…] neen ik ben op niemand kwaad, voel me bij niemand slecht en wil nog steeds de goeie banden blijven behouden zoals ik die vroeger had. Wat echter wel klopt is dat ik redelijk veranderd ben, het is te zeggen: ik ben koeler, rustiger, en gecontroleerder geworden. Maar dat hoeft niemand te verbazen, ik ben gewoon teruggekeerd naar mijn “baseline”, mijn normale gedrag.

[…] Ik ben een voorstander van transparantie en zaken zoals roddelen of geheimzinnigheid doen mijn haren overeind staan.

[…] Maar we zijn allemaal zwak en nadat iedereen zijn of haar problemen heeft verteld begin je zelf ook te verlangen naar het kunnen uiten van jezelf. Ik heb daar altijd moeite mee gehad. Dit heeft mij het imago van geheimzinnig en mysterieus persoon opgeleverd, waar ik eigenlijk nog niet zo kwaad om ben – integendeel. Maar trots en reputatie verhinderen mij aldus om iets over mezelf te vertellen. Bepaalde gevoelens heb ik lang verborgen moeten houden en ik ben door zeer veel moeilijke tijden moeten gaan. Allemaal goed en wel zolang je beseft dat je vrienden er altijd zullen zijn om je te steunen. Dan wil je wel eens door een vuur lopen en dan wil je steeds iemand anders helpen wanneer hij of zij erom vraagt – met plezier en interesse zelfs. Het geeft je een verlangen van grootsheid, van belangrijk zijn: je bent nodig om anderen te helpen. En ook de andere krijgt een goed gevoel: er is iemand die luistert naar mij.

[…] En dan kom je dus plots bij een punt waarop je begint te merken dat anderen verder gaan met hun leven en het geluk terug aan het vinden zijn. Geluk waar jij een deel van kan uitmaken. Maar ook zonder jou gaat het hun perfect af. Ze zijn hun tobben en piekeren van weleer vergeten – alsmede de hulp die je toen probeerde bieden. Ze kijken verder en ze vinden hun antwoorden. Natuurlijk ben ik daar zeer blij om, ik ga zeker niet proberen iemand anders hun geluk te ontnemen. Maar aan de andere kant ben ik ook teleurgesteld: ik ben jaloers en ik zit nog steeds in een situatie waarin ik geen geluk heb kunnen vinden. Die twee worden wel eens verward. Bovendien voel ik me helemaal slecht worden wanneer ik merk dat anderen hun zienswijzen aan me proberen op te leggen, en dan in het bijzonder wanneer ik tegelijk moet merken dat ze me helemaal niet kennen – zelfs na al die tijd. (Maar dat zou in principe ook mijn fout kunnen zijn, dat klopt.)

Op zo’n punt heb je twee opties. Ofwel speel je een spelletje en zet je een masker op. Vanaf dat ogenblik word je een clown. Iemand die elke dag door een hel moet gaan om anderen te plezieren. Je dient als een decorstuk voor een ander zijn of haar geluk! De tweede optie is om zelf even na te denken en te beseffen dat mensen – wanneer het er op aan komt – in de eerste plaats aan zichzelf denken, ook jij. Om te beseffen dat alles tijdelijk is en alles verandert, maar dat alles toch altijd hetzelfde blijft. Toch gaat dit alles niet zonder moeite: je wordt stiller, je denkt meer na, en je begint steeds minder zin te krijgen om mee te doen in al die spelletjes van weleer. Want je hebt gemerkt dat – wanneer je niet mee doet – de anderen gewoon doorgaan met hun spelen en plezier hebben, net alsof je er überhaupt nooit aan hebt meegedaan. En als men dan al eens probeert om begrip te tonen, om te vragen of er iets scheelt of waarom je zo raar doet, dan nog komt dat hard aan.

[…] Dus, mijn lieve vrienden, plaats me niet voor deze keuze. Laat me even wie ik ben maar niet voor wie ik ben. Ik heb gewoon wat tijd nodig om mijn poging tot het zoeken naar diepgang (hoe dom) te staken en terug tot oppervlakkigheid te komen. En het gaat heus helemaal niet slecht met me, ik voel me zelfs redelijk goed. Alleen moeten jullie stoppen met te verlangen dat ik me altijd gedraag als de persoon die jullie willen dat ik ben, en met continu te vragen wat er aan de hand is.

Goed, we hebben nu alle elementen die we nodig hebben, samen met nog enkele nieuwe gegevens die ik spoedig duidelijk zal maken.

Laat me beginnen met de situatie te schetsen. Ik was weer eens op bezoek bij een vriendin van me. We kennen elkaar al een hele tijd en kunnen over het algemeen goed met elkaar opschieten. En ja, ook de fase van verliefdheid is er geweest (en gegaan). Er zijn echter enkele dingen die me telkens weer enorm kunnen storen. Niet alleen bij haar, maar bij iedereen die deze karaktereigenschap heeft. Meestal herken je deze mensen vrij snel, het begint ongeveer als volgt:

“Tgoh, ik wil niet weten wat er allemaal met mij scheelt…”

De hele intonatie en inhoud doen bij mij al een (alarm)belletje rinkelen: “Warning: drama ahead!” Ik haat drama. Het antwoord en de rest van het gesprek verlopen dan meestal als volgt:

– “Oei, is het zo erg gesteld?”
“Pff ja, ik zou denk ik [weer] eens naar een psycholoog moeten gaan…”

Laten we hier even pauzeren. Eerst en vooral: mensen die serieuze problemen hebben meegemaakt moeten zich niet aangevallen voelen door mijn betoog. Integendeel zelfs, ik heb het volste respect voor iedereen die door een werkelijk lastige periode moest gaan. En die mensen zullen het wel met mij eens zijn dat dit soort dingen niet iets is waar je te koop mee loopt, of gebruikt als aandachtsmechanisme (Bestaat dit woord? Het zou moeten bestaan). Mensen die dit wel doen zijn net diegenen waarover ik hier mijn ongenoegen wil uiten.

Goed, op dit punt weet ik dat de bal aan het rollen is. Ook het feit of ze al dan niet het woordje “weer” in hun zinnetje inbouwen kan veel veranderen.

Hoe jij het zegt: “Ik zou weer is naar de psycholoog moeten gaan.”
Hoe ik het hoor: “Oh ik ben zo bijzonder en speciaal en heb een verleden gevuld met allerlei probleempjes. Toe, stel er een vraag over, waarna ik je vervolgens kan afwimpelen met een gespeelde zucht: ‘Ach, het is niets.’”

Jaja lezers, het zit diep. Maar ik ben er zeker van dat ik me hier op terrein begeef dat voor velen niet onbekend zal klinken. Als ze het woordje “weer” gebruiken kunnen we nu twee dingen vragen.

– “Oei, waarom ben je dan al naar de psycholoog moeten gaan?”

Maar zoals ik al zei: doe dit niet! Steeds zul je een antwoord krijgen in de trant van: “Ach, nergens voor…” of “Ik wil er liever niet over praten.” of “Dat ligt achter me.” Als gevolg hiervan zul je je dood beginnen ergeren, geloof me. Dus, sowieso blijft er maar één mogelijk antwoord over (ik had gezegd dat ik het analytisch zou aanpakken):

– “Oei, wat is er misschien aan de hand?”

Zo concentreer je je op het “nu”, op dit eigenste ogenblik. Maar pas op, als het tegenzit kun je ook nu een ontwijkend antwoord krijgen. Als je je tot hiertoe goed genoeg gedragen hebt krijg je alsnog iets anders te horen, want dat was net de bedoeling. De hele reden waarom mensen hun klaagzangetje beginnen voeren is net om te vertellen wat er aan de hand is, of om de aandacht lekker op zichzelf te richten, of een combinatie van beide. Dus krijg je meestal te horen:

Tgoh, bijvoorbeeld, weet je: [de persoon begint een voorbeeld te geven van een raar gedrag, ze kunnen niet slapen, worden soms agressief, barsten in huilen uit, et cetera]…”

Inderdaad, allemaal dingen waarvan we denken: dit kan ons allemaal wel eens overkomen? Natuurlijk sluit ik niet uit dat het werkelijk iets gevoelig of erg kan zijn, maar geloof me, dan lopen de zaken meestal anders. Als iemand het besluit neemt om iets persoonlijk en gewichtig te vertellen winden ze er meestal geen doekjes om. Je gaat na verloop van tijd gewoon het verschil proeven, bijna. De dingen je proeft wanneer het “echt” is zijn schaamte, angst, en verdriet. Wanneer het “fake” is krijg je trots (ja, werkelijk), mysterie, en competitie. Competitie lijkt misschien niet helemaal duidelijk, maar laat me even een voorbeeld geven, je kunt dit heel simpel testen, je zegt nu gewoon:

– “Ochja, dat heb ik ook wel eens gehad hoor, dat [je begint een beschrijving te geven van een bepaald ogenblik in je leven waardoor je bijvoorbeeld ook niet kon slapen, wegens stress; of wanneer je ook begon te huilen, omdat het net uit was met je vriendin]…”

Iemand die nu aan het veinzen is zal nu zeer snel toehappen:

Ja, dat weet ik wel, maar bij mij is het toch heel anders nu.”

Merk je wat ik bedoel? Het is een onweerstaanbare drang om te zeggen “Hey! Het gaat hier over mij, vergelijk mij eens niet met een of ander fait diverstje uit jouw leven. Ik ben veel specialer.” Terwijl iemand die het echt meent eerder zal dichtklappen, of nog meer beschaamd zal zijn. Die mensen stellen zich dan immers oprecht de vraag: “Ben ik nu niet aan het overdrijven, misschien is het inderdaad niets…” Twijfel dus. Doe me een plezier en luister dan eerlijk naar deze mensen, herpak jezelf dan snel en zeg dat je je het natuurlijk moeilijk kunt voorstellen, maar dat hun probleem waarschijnlijk iets heel anders is.

Maar we gaan dus door met onze “fakers”. Even terzijde, ik kan me voorstellen dat mijn lezerspubliek zich al in twee kampen aan het scharen is en al luidruchtig aan het ruziën is. De ene groep is blij dat ik de punten waar zij het ook al zo vaak zo moeilijk mee hebben gehad zo pijnlijk correct beschrijf: “Zo is het, ik haat die mensen ook zo hard!” De tweede groep begint mij te haten en zegt: “Hoe durf je, wie ben jij om zomaar te oordelen over anderen, misschien ben je zelf wel zo’n veinzer, idioot!” Beide groepen hebben gelijk, en straks zal ik beweren dat beide groepen niet helemaal zuiver op de graat zijn, ook ikzelf niet.

Alvorens verder te gaan wil ik even ons gesprekje van daarnet afronden. Na geluisterd te hebben na het weeklaag van de persoon in kwestie besluit je – of beter, besluit ik – om je “two cents” te geven, een beetje advies. Dit alles onder het volste besef dat je geen expert bent, maar gewoon: als vriend of vriendin. Zelfs na deze hele aandachttrekkerij geluisterd te hebben zal ik altijd een aardige jongen blijven, en dus zo goed mogelijk vertellen wat ik denk.

Natuurlijk zijn deze personen niet uit op advies. Zal ik eens een geheim vertellen? Die hele beschrijving die ze net gaven is gewoon een front, een masker. Je kunt niet slapen ’s nachts? Och, je bent gewoon op zoek naar een lief. Je wordt soms agressief? Och, het gaat even slecht op het werk. Och, je staat onder stress. Och, je familie doet vervelend. Och,… Meestal kunnen we dit soort zaken snel intuïtief aanvoelen. Minder voor de hand liggend is dat onze “klagers” dit meestal ook wel weten. Ofwel willen ze het gewoon nog niet toegeven, ofwel willen ze er even gebruik van maken om wat attentie te krijgen van anderen. Hiermee zullen meteen enkele mensen uit groep twee zichzelf herkennen. Niet boos worden a.u.b. Geef gewoon eens heel eerlijk toe: jullie weten toch wat het eigenlijke probleem was?

Het grappige is dat ik niet de moed heb (en ik denk weinig mensen) om gewoon eens recht voor de raap te zeggen: “Zaag eens niet, je hebt het gewoon even lastig op het werk. Dat is heel vervelend, maar doe niet alsof er allerlei andere oorzaken – of gevolgen – zijn… Ik wil best geloven dat dit voor jou een probleem is, maar geef dan eerlijk toe wat het probleem is, en kijk wat je eraan kunt doen.” In dit geval was het echte probleem het volgende: het meisje in kwestie was al enkele maanden single en vroeg zich af of ze iemand anders zou vinden. Ze frustraties staken de kop op. Het punt was voornamelijk dat ze wou terugkeren naar haar ex.

Wanneer we de echte oorzaken herkennen voelen we al snel dat er een naar gevoel de kop opsteekt. In mijn geval was dit het volgende: “Jij zit hier te klagen over weet-ik-wat allemaal, verdomme, je wilt zelfs naar een psycholoog! En voor wat? Gewoon omdat je je ex terug wilt. Gefrustreerd, wat een idioot gedoe, weet je wel hoe lang ik al alleen ben, hoe gefrustreerd denk je niet dat ik ben!” Of: “Denk je dat ik het niet moeilijk heb op mijn werk?” Of ga zo maar door.

Herkent u het? Vast wel. Zeker de mensen uit groep één zijn nu aan het juichen. Sommigen echter beginnen plots stil te vallen. Een attente lezer heeft namelijk een probleempje opgemerkt: hoe moeilijk denk je niet dat ik het heb? Dit begint wel heel hard te lijken op die competitiedrang van daarnet! Correct dames en heren! De meesten van ons zijn gewoon stille, verdoken competitiespelers, hopeloos op zoek naar attentie!

Op dit punt lijkt het wel alsof er geen uitweg meer mogelijk is… Geen enkel standpunt of reactie lijkt de juiste te zijn. En toch zou het zoveel eenvoudiger kunnen. De oplossing schiet me net te binnen. Eerst en vooral: het is niet de competitie an sich die ons stoort. Deze is immers een gevolg van iets anders. Het probleem is echter dat we gehijacket zijn. We zijn op een valse manier een gesprek binnengestapt dat uiteindelijk leek te gaan over dagdagelijkse problemen. De oplossing vergt een inspanning van beide partijen.

Initiator: stop ermee met te beginnen klagen dat je “naar de psycholoog moet”! Stop ermee dingen te vermelden waarvan je zelf weet dat ze een gevolg zijn van een onderliggend probleem (Waarom kun je niet slapen?). Vervolgens begin je gewoon het echte onderwerp van je zorgen aan te snijden. Ja, ik weet het, dit vergt moed! Bovendien is het veel leuker om te doen dat er iets veel pijnlijker aan de hand is dan dat er eigenlijk scheelt. Alsjeblieft, ik smeek je: kweek voldoende relativeringsvermogen. Leer begrijpen dat je bij echte vrienden niet moet komen aanzetten met overdreven scenario’s alvorens ze willen luisteren! Ja, op dit punt wil ik even de nadruk leggen. Ik weet dat dit lastig is, ook zelf heb ik vaak de drang om te doen alsof ik zo speciaal ben en zo veel “verborgen zorgen” heb. Maar leer het volgende: ofwel zeg je volledig wat er op je lever ligt, ofwel niet. Maar geen tussenwegen, geen komedie, en geen drama.

Receptor: leer luisteren! Wanneer je vrienden eerlijk, open en rechttoe rechtaan een probleem aansnijden verdient dit je respect, handel dus correct. Wimpel het nu niet af als een alledaags probleem. Je bent hun aan het trainen, je toont hun dat het helemaal niet erg is dat ze even willen klagen over het feit dat ze onder stress staan. Toon dat het niet altijd problemen moeten zijn die antidepressiva vereisen alvorens ze jouw respect krijgen! Schakel ook je drang naar competitie nu uit. Dus niet: “Denk je dat jij het slecht hebt op je werk? Wat moet ik dan zeggen!” Dit is hier vaak de grote fout van de luisteraars. Het is geen wedstrijd. Als er iets is waarover jij je hart wilt luchten, doe je dit best een volgende keer als je onzeker bent hoe te handelen. Het gaat nu over de andere. Wat je ook kan doen is vertellen dat je er kan inkomen hoe de andere zich voelt, omdat je zelf ook dit en dat hebt meegemaakt. Maar zorg dat het een gevoel van begrip en troost is dat je dan geeft, niet een gevoel van “jij moet nog niet klagen”.

Dus: beide partijen moeten enerzijds begrijpen dat jouw problemen geen groots opgezet drama nodig hebben om belangrijk te zijn. Het feit dat dit probleem je parten speelt, hoe banaal het probleem zelf ook moge wezen, moet voldoende zijn om ook belangrijk te zijn in de ogen van je vrienden. Ik denk echt dat ik hier op een goed spoor zit. Aan de andere kant: iedereen die het nodig vindt om zichzelf op te hemelen door te allerlei bij-problemen te vermelden, of te verzinnen (!), die niets met de zaak te maken hebben verliezen mijn volledige respect. Zeker wanneer ze je pogingen tot bezorgdheid vervolgens afwimpelen als een “Ach, het is niets.” of een “Je zou het toch niet begrijpen.” Wanneer je dat doet sol je met de andere, en persoonlijk zal ik je een zwak en vals mens vinden, dat gewoon uit is op attentie. Ook anderzijds: luisteraars die niet de moeite doen om oprecht te luisteren wanneer jij de moed aan de dag hebt gelegd om open kaart te spelen verdienen het niet langer om je vriend of vriendin te zijn. Mensen die het niet kunnen opbrengen om naar je te luisteren zonder er even tussen te gooien dat jij nog niet te klagen hebt omdat ze zelf het zoveel erger hebben verdienen jouw respect niet. Iemand die niet even op zijn tanden kan bijten om te bewijzen dat hij het ook zo slecht heeft is een idioot, zielig persoontje. Hiermee kom ik even terug bij het collectieve lijden, waarover ik het dus jaren geleden al had. Het is de hele drang naar het “het er om ter slechtst voor staan” die de hele situatie zo verziekt en vervormt. Ik vraag me af of het iets is van deze tijd, of dat het altijd iets is dat menselijk heeft geweest.

In ieder geval heb ik, heel kort samengevat nu, de volgende uitspraak:

Een wijs iemand is iemand die zowel open, menselijk en eerlijk over zijn problemen kan praten, zonder franjes zoals het zoeken naar aandacht, bevestiging of competitie, alsmede iemand die hiernaar kan luisteren, zonder zelf deze fouten te maken.

Anderen zouden dit waarschijnlijk veel mooier en krachtiger kunnen formuleren. In de geval: hoed[1] u voor de “zieligheidskampioenen” (ik heb veel zelfverzonnen woorden blijkbaar).

Normaal gezien zou ik hier stoppen. We hebben een pittig probleem besproken, en we zijn zelfs tot een oplossing gekomen. Een hele mooie prestatie lijkt me zo. Ik hoop dat mensen die dit lezen er wijzer van geworden zijn, en liefst van al zoiets hebben van “Zo simpel is het gewoon, ik heb me zelf misschien ook niet telkens helemaal correct gedragen maar besef nu wat er aan de hand is.” Nu nog de anderen overtuigen van dit probleem en bijhorende oplossing. Ik vrees dat sommigen nooit in staat zullen zijn de extra inspanning of moed op te brengen. Maar hoop doet leven.

Maar helaas komt er nu nog een persoonlijk deel. Tot hiertoe heb ik mijn persoonlijke ervaringen nog netjes gescheiden kunnen houden, waarover ik tevreden ben. Jammer genoeg liep mijn voorval niet zo prettig af. Ik durfde niet te zeggen dat ik wel wist wat het eigenlijke probleem was, zeker toen het volgende gebeurde. Het gesprek kwam weer even bij mij terecht, en over het feit dat ik ook niet vaak dingen over mezelf vertelde. Klopt natuurlijk, maar ik begin dan ook niet met dingen te zeggen zoals “Och, ik heb het toch zo lastig de laatste tijd.” Ik krop immers alles op. Natuurlijk onder de eeuwige hoop dat er ooit eens iemand zal vragen wat er allemaal aan de hand is, waarna ik uitgebreid en vrolijk zal beginnen zeveren over alles wat er op mijn lever ligt, en uiteindelijk zelf net even hard spinnen van genot onder alle aandacht die ik krijg als alle anderen waaraan ik me ze erger. Met dat verschil dat ik wel degelijk open zal praten over mijn werkelijke problemen of frustraties, en dat ze van mij nooit kunnen zeggen dat ik te koop heb gelopen met mijn zorgen. Misschien wel hypocriet, maar ik beweer niet dat ik geen fouten heb. Deze hele tekst komt uiteindelijk ook gedeeltelijk voort uit het feit dat ik me erger aan mensen die net wel hun problemen inschakelen als attentie-trekkers (en het ergelijke is dat ze daar nog in slagen ook!), en dat ik dat misschien heel stiekem ook zou willen kunnen. Maar mijn hele zienswijze bij de hele zaak, zoals ik hier al uitvoerig heb beschreven, verhindert er mij van dat te doen. Ik probeer dus het vaandel hoog te dragen, maar ik ben dan ook een verstokte idioot.

Waar was ik? Oh ja ik vertel dus niet veel over mezelf. Dat is een oud onderwerp dat iedereen al eens heeft aangeraakt. Ik weet het, zij weten het, so be it. Maar dit keer was ik eens uitzonderlijk zelf in een speciale bui. Ik was bereid om te luisteren naar alles wat ze (mijn vriendin dus) te zeggen had, en wou een serieus gesprek voeren. Ik wou oprecht weten wat ze dacht bij bepaalde punten. En ik wou ook iets over mezelf vertellen.

Om te beginnen, dat hele psycholoog-gedoe. Ik heb er tot hiertoe over gezwegen, maar dat is eigenlijk een heel punt op zichzelf. Dat punt alleen al is genoeg om me te storen. De reden? Laat ik maar eerlijk zijn: ik zou ook dolgraag naar een psycholoog gaan. Omdat ik nieuwsgierig ben, en omdat ik soms wel denk dat ik het kan gebruiken. Kijk, nu klink ik net zoals de mensen die ik verafschuw. Maar er is een verschil: ik wil niet gaan, omdat ik van mezelf vind dat ik geen reden ertoe heb. Mijn probleempjes zijn heus niet zo belangrijk, ik verdien zoiets niet, toch? Er is nog een verschil: ik zal het feit dat ik naar een psycholoog wil nooit opwerpen in een gesprek, ik zal het niet gebruiken als een middel om te tonen hoe speciaal ik wel ben. Aan de andere kant… als ik nadenk bij al hetgene ik hier al heb geschreven vraag ik me soms af… misschien heb ik het wel nodig? En ook buiten dat heb ik wel enkele dingen waar ik me echt zorgen in maak, dus? Misschien heb ik wel een reden?

Uit gesprekken met anderen ben ik trouwens mijn mening gaan veranderen. Tegenwoordig denk ik dat “elk probleem waarvan je zelf vindt dat het belangrijk is op zich een voldoende reden om ermee naar een psycholoog te stappen”. Ieder moet het dus voor zichzelf uitmaken, er is geen waardeschaal, en inderdaad: er is ook geen competitie. Je kiest voor jezelf. Dan resten er mij nog enkele punten: ten eerste: de moed vinden om het daadwerkelijk te doen. Ten tweede: de moed vinden om daadwerkelijk over de dingen te spreken die mij dwars zitten. Dit is moeilijker dan het lijkt. Ik voel namelijk bij het idee alleen al een drang om me anders voor te doen dan ik ben. Een soort test voor de psycholoog. Ik zou me heel anders (overdreven) gedragen, en kijken wat voor reacties ik kan loswekken. Trappen ze erin? Waarom wil ik dat? Geen idee. Of misschien toch: ik wil dat ik geholpen word door iemand die me echt kan helpen, dat wil zeggen iemand die zelfs door mijn gespeelde personages heen kan kijken. Iemand die zegt: “Stop maar met te doen alsof en vertel me nu eens wat er echt scheelt.” Ten derde: ik ben bang dat dit niet zal lukken. Zijn die mensen goed genoeg? En ten vierde: ik ben ongelofelijk bang dat ik het feit dat ik naar een psycholoog ben geweest achteraf zelf zal inzetten als wapen om attentie te verkrijgen.

Is dat niet ongelofelijk hypocriet? Maar het is ook een ongelofelijk makkelijk wapen dat bij de meeste mensen zo goed werkt. Ik besef dus ook wel waarom de mensen waarover ik het eerder had het zo graag gebruiken: het is zo krachtig! (Tenzij je dus met mij te maken krijgt…) Ik vind het geen schande om toe te geven dat ik zelf zou bezwijken onder dingen die ik zo verschrikkelijk vind bij anderen. Ik denk dat veel van onze ergernissen gebouwd zijn op dit gegeven. Zoals Hesse al zei: je ergert je aan dingen bij anderen die je ook in jezelf draagt. Je ergert je niet aan dingen die je niet ergens bij jezelf herkent. Een diepe, ergens vervelende uitspraak. Maar wel terecht, denk ik.

Ik ben weer enorm aan het afwijken. Terug naar ons verhaal dus. Ik wou het hebben over de problemen die ik daarnet opsomde, en hoe ik er zelf bij denk. Ik wou vragen “Vraag je je soms niet af of anderen niet dezelfde problemen als jij hebben, en voel je je dan niet idioot om van mening te zijn dat je ermee naar een psycholoog wilt?” Dit was geen test- of onderzoeksvraag. Maar ik wou echt een mening te weten komen, om er zelf wat wijzer uit te worden, aangezien ik zelf met die vragen zat. Verder dan “anderen” raakte ik echter niet. Ik kreeg het deksel op mijn neus:

Je moet je niet gaan gedragen als mijn psycholoog hoor nu.”

Gevangen door mijn eigen reputatie! Mensen denken namelijk dat ik altijd druk bezig ben met “onderzoek”. Al mijn vragen zijn netjes voorbereid. Over alles wat ik zeg is nagedacht. Ik ben continue bezig met je te testen. En hoewel ik best wil toegeven dat ik interesse heb in dit soort dingen (dit zal wel al duidelijk zijn nu denk ik) ben ik ook geen monster. Bovendien valt het allemaal wel mee, in tegenstelling tot wat velen denken lig ik echt niet ’s avonds in mijn bed te overlopen wat je allemaal hebt gezegd.

Ik was dus enorm geschokt, en enorm bedroefd, en heel erg kwaad. Dan wil je eens een serieus gesprek beginnen dat, nota bene, oorspronkelijk begonnen was uit een idiote drama-uitspraak van haar kant. Ik was niet eens begonnen over psychologen en bijhorende zaken; en dan krijg je dat te horen. Geen wonder dat ik nooit iets over mezelf vertel. Ik krijg er blijkbaar de kans niet toe, en zo hoeft het voor mij ook niet. Het is duidelijk dat ik gedegouteerd was (en nog steeds ben). Het was er aan te merken ook. Ik vrees dat de vonken van mijn gezicht afsprongen. Al snel kreeg ik sorry hier en sorry daar te horen en ik had het niet mogen zeggen en ik wist niet dat je iets anders wou zeggen. Ik hield het been stijf en de lippen dicht. Zoals ik al zei: het hoefde voor mij niet meer.

Wel maakte ik duidelijk dat ik niet ambitie had om eender wie zijn of haar psycholoog te spelen. Dat mensen dat misschien wel denken maar dat dit niet zo is. Dan kreeg ik te horen dat ze het niet zo bedoelde (daarover later meer), en dat ik dat ook niet zou kunnen.

Nu nog mooier! Een tweede belediging. Ik ben een zeer ijdel persoon. Ik lees bijzonder veel over psychologie en hoewel ik er nooit mijn studie van zou maken (die ligt ergens anders) denk ik dat ik toch met recht mag zeggen dat ik er aardig wat over weet. Ik besef dat ik geen expert ben, en geneesmiddelen ga ik ook nooit aanraden of afkeuren, maar ik meen toch aardig wat te weten over hoe mensen denken. Zeker het feit dat ons hele gesprek eigenlijk gesteund was op een brakke fundering speelde mij parten. Ik wist immers wat er aan de hand was!

Ik vroeg waarom ze dat dacht. Anders dan dat ik had verwacht kreeg ik niet te horen dat ik er niet genoeg van wist (alhoewel ze dat waarschijnlijk wel dacht). In plaats daarvan kreeg ik als eerste reden te horen dat je als psycholoog zelf in staat moet zijn om je gevoelens te tonen. Nog beter. Ik zei haar dat ik toch weinig psychologen ken die over hun eigen probleempjes zitten te klagen. Neen, niet bij de klanten, maar bij anderen, in het algemeen. Weer dat oude praatje. Ik toon mijn gevoelens niet. Ik weet niet meer wat ik moet doen om het tegendeel te bewijzen. En wat dan nog, teken dat ik er geen behoefte aan heb. Liever van ze niet te tonen dan ze te moeten tonen op de manier zoals ik die net had gezien dacht ik zo. Ik zei dat ik dat wel kon als het nodig was.

Reden twee: ze dacht dat je zelf heel stabiel moet zijn, want anders ga er onderdoor. Geeuw. Ik kan het aantal mensen die met die uitspraak zijn komen aankloppen al niet meer tellen. Ja, dat is belangrijk. Ja, iedereen weet dat. Nu goed, wat dat betrof gaf ik haar gelijk – dat zou inderdaad niet zo makkelijk zijn.

Maar even terug naar de eerste reden nu. Normaal gezien zou ik het niet zo erg gevonden hebben wanneer men mij zegt dat ik zelf een gesloten boek ben. Wat kan ik er op zeggen als het inderdaad zo is? Maar nu stoorde het me enorm, namelijk omdat ik juist net iets van mezelf wou tonen, om vervolgens niet eens de kans te krijgen mijn zin af te maken. Dit, samen met de elementen die ik eerder besprak (niet willen praten over het eigenlijke achterliggende onderwerp), zorgden ervoor dat de maat voor mij vol was. Ik zei dus: “Luister eens, het is niet mijn bedoeling om je psycholoog te spelen. Geloof me, dat zou ik niet eens willen. Wat ik wel wou doen was het eens serieus hebben over enkele dingen, en ik wou eigenlijk net iets over mezelf vertellen, wat ik dus blijkbaar niet genoeg doe. Ik heb wel niet de kans gekregen om zelfs maar te zeggen wat ik voelde of dacht, zonder onderbroken te worden en dit te horen te krijgen…” Ik wou opstappen. Mijn hele natuur, mijn hele karakter, al deze dingen die ik hier heb verteld moeten duidelijk maken dat ik enorm gekwetst was. Natuurlijk kreeg ik dan wel te horen: “Maar toe zeg dan wat je wou zeggen.”, “Ik bedoelde het zo niet.”, “Maar ik dacht gewoon, omdat je zo lang nadacht vooraleer je sprak…”, en weet ik wat allemaal. Ik had me gestoord aan de hele idiote situatie vol met drama. Desalniettemin had ik willen luisteren en adviseren. Vervolgens kreeg ik te horen dat ik niet open genoeg was. Desalniettemin had ik open willen zijn. Vervolgens krijg ik te horen dat ik geen psycholoog moet spelen. Kom zeg, drie keer is meer dan genoeg.

Een van mijn fouten is dat ik nogal zwart-wit denk. Ze kreeg dus niets meer over mezelf te horen. Ze zal ook nooit meer iets persoonlijk of gevoelig te horen krijgen voor zover ik het kan helpen. En daarmee basta. Ik nam mijn jas. Ondertussen speet het haar, maar het was gewoon (hier gaan we weer, nog een excuus) dat al zoveel mensen hadden gezien dat er iets scheelde dat ze al zo vaak had moeten uitleggen hoe ze zich voelde. “Mensen vragen zo vaak of er iets scheelt met mij, en ik weet het zelf niet eens.” Weer twee fouten. Mensen vragen zo vaak dit of dat. Weer een drang om zichzelf te bewijzen, weer die hele wedstrijd. Ik weet het zelf niet, jij weet het, ik weet het. Ik weet dat jij het weet. Jij weet waarschijnlijk niet dat ik het weet. Ik weet wel niet of jij het weet dat je het zelf weet, maar wat maakt mij dat uit? Zoals ik al zei: leer open zijn, als je wilt praten over jezelf. Meer vraag ik niet. Als je dit niet kunt, of niet kunt tegen mij, zwijg dan gewoon (dat doe ik tenminste ook), of verwacht niet te veel (ik zal natuurlijk wel vriendelijk blijven tot op het punt dat tegen mij onvriendelijk wordt gedaan). Ik ging de deur uit en was weg.

Dit is zeker een van mijn langere teksten, en ook één van mijn betere vind ik persoonlijk. Ik denk dat ik onderwerpen heb beschreven die ons allemaal wel eens storen. Wanneer mensen er zichzelf of hun eigen situatie konden in herkennen ben ik al heel gelukkig. Wanneer er mensen geholpen zijn door mijn mening ben ik natuurlijk nog blijer. Wanneer niemand dit zou lezen ben ik ook tevreden: ik heb het kunnen opschrijven voor mezelf, en het is goed dat ik het probleem stap voor stap heb aangepakt, want natuurlijk zijn al de eerder beschreven elementen sterk onderling verweven.

Ook ben ik er in geslaagd om het geheel vrij zakelijk te houden. Naar het einde toe werd het wat vuriger, maar het komt de algemene opbouw wel ten goede. De algemene sfeer is zelfs luchtig op bepaalde momenten, waar ik wel van hou (als er iets is dat ik wou aantonen is het wel dat een gezonde dosis zelfrelativering en zelfspot zo hard nodig zijn). Wel denk ik dat er nog een groot aantal taalfouten in deze post staan, deze zullen verbeterd worden naargelang ik ze opmerk. Ik vind het altijd vervelend om spel- of grammatica-fouten te ontdekken achteraf, want het maakt dat je hele tekst plots klinkt alsof hij geschreven is door een elfjarige. Maar het is dan ook al verschrikkelijk laat (bijna halfvier ’s ochtends momenteel), wat maakt dat mijn aandacht hiervoor wat verslapt.

Ook blijft de kans bestaan dat iemand deze tekst zou lezen die mij kent. Maar dat is een risico dat ik, zoals altijd hier, bereid ben te nemen. In dit geval zou ik er nog niet zo rouwig om zijn. Ik heb grondig kunnen sleutelen aan deze tekst, en ik denk dat hij helder duidelijk maakt hoe ik over de dingen denk.

Tenslotte helpt het om je gevoelens neer te schrijven, maar blijf ik wel bijzonder droef. Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk valt de ene droefheid niet te vergelijken met de andere. Neem bijvoorbeeld een sterfgeval: een heel andere situatie. De hier beschreven zaken zijn dan weer één van de dingen die je raken op een heel ander niveau, of beter: op hetzelfde niveau, maar een ander gebied. Het is een verlies van het geloof in vriendschap en menselijkheid, althans voor mij.

[1] Hoed u of hoedt u? Grappig genoeg heeft VRTtaal hier al uitleg over gegeven: http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/juist/980925.shtml.

Advertenties