Laat het zo, ik speel wel clown

door Vulpius

Even is er verwondering. Ze komen met een leuk weetje of grappen op de proppen dat ik – natuurlijk – ook wel al wist, maar het doet me plezier om te horen dat er blijkbaar toch nog gelijkenissen zijn tussen mijn en hun wereld. Dat ik nog niet volledig ontgroeid ben, en dat ik nog niet volledig uit de toon val. Dat ik de schijn, na al die jaren, nog steeds kan ophouden.

Ik vraag hoe ze dit weten, “Och, dat heb ik ergens zomaar gelezen.” Jammer, maar aanvaardbaar dankzij een goede bui.

Het gaat verder. Ze interesseren zich in muziek, in psychologie en filosofie. In das Sein en das Nichts, of zoiets, iets wat ze ook ergens hebben opgepikt. Plaats me enkele jaren terug in de tijd en ik zou hevig meegediscussieerd hebben, sterk en overdreven genietend van de plotselinge aandacht die ik ontving dankzij mijn niet onaardige kennis van het onderwerp en knappe redevoeringen. Het vlees blijft zwak, maar de wil, het hart en de geest voelden wel al aan dat er iets aan de hand is. We staan allemaal zo graag in de schijnwerpers. Te graag.

Zelf heb ik het ondertussen al lang opgegeven. Religie, politiek, filosofie, psychologie en roddels behoren tot het speelveld van mensen die gewoon graag gehoord willen worden – grotendeels dan. Ik haat pseudo-intellectuelen. Zij die met plezier een gesprek aangaan over een bovenvernoemd onderwerp, en dan met gedoodverfde one-liners komen aanzetten zoals: “Misschien is het juist de bedoeling van God dat we hem in vraag stellen.” Even rondkijken, is de boodschap goed doorgekomen? Jaja dames en heren, ik kan nogal wat zeggen he? Gij moet nogal ne slimmen zijn. Komaan zeg.

Tot mijn grote ergernis deed ik hier zelfs graag aan mee. Misschien vanuit het verlangen om een oprecht goed diepgaand gesprek te voeren met iemand, misschien ook vanuit het zoeken naar confirmatie. Toch ontaarde dit soort gesprekken snel in een situatie waarin ik besefte dat het een grote farce was. Ze doen hun zegje en gaan vervolgens met een tevreden “wat ben ik toch slim”-gevoel naar huis. Zelfs het gevoel een boeiend gesprek te hebben gevoerd is er voor mij te veel aan. Het is eigenlijk niet boeiend, we zijn niet slim, we kunnen nog jaren doorzwetsen, en het maakt allemaal niet uit als de hele show toch maar gewoon op poten wordt gezet omdat we elkaar graag bezig horen, en niet om de inhoud.

Het is trouwens verdomd moeilijk hoor, want zoals ik eerder zei zullen diegenen die met plezier zo’n gesprek voeren er alles aan doen om je erin mee te sleuren. Ze dagen uit, ze lanceren slogans, ze gaan in op je uitspraken enzovoort. Tot het je allemaal teveel wordt en je uit pure frustratie ze toch even – heel even maar – op hun plaats moet zetten. Het is zo verlokkelijk: je weet dat je het kunt, je weet dat je veel kunt zeggen over het onderwerp, je weet dat je hun aankunt! Maar het is natuurlijk niet even. Eenmaal je onderdeel bent van de show moet je verder spelen tot het spel voorbij is. Om vervolgens met een leeg gevoel achter te blijven. Was het dit dan? Het is een wrang gevoel, want zelfs na je betoog ben je uiteindelijk toch verloren. Het feit dat ze je hebben kunnen betrekken in hun kleine wereldje is voor hun genoeg. Ze hoeven zelfs niet eens te winnen. Het feit dat ze eens de deur uitmogen en mogen babbelen is voor hun genoeg. Voor hun is dit het hoogst haalbare. Voor mij is het niet genoeg. Ik wil winnen, ik wil eerlijkheid, gevoelens, ik wil iemand die meent wat hij zegt, die gelooft in wat hij zegt, en niet zomaar wil tonen dat hij ook wel eens een boek leest. Maar als je iemand vindt die hieraan beantwoord is het hele circus niet langer nodig. Je begrijpt elkaar, stilzwijgend en zonder drang. Als er iets moet gezegd worden wordt het gezegd, zonder publiek, zonder inzet, zonder schroom of dure woorden. Kortom: de enige manier om te winnen is om niet te spelen. Ik trap er gelukkig wel steeds minder in.

Maar toch blijf ik hopen, op iemand die genoeg weet om iets te weten, en om te weten dat hij of zij niets weet, en dat het allemaal niet uitmaakt. De eenvoud en onbezorgdheid waarmee sommigen door het leven wandelen verbaast mij steeds meer. Het is moeilijk en ik herval nog vaak in oude gewoontes.

Dus we doen niet serieus, en we lachen maar. We spelen voor clown en voor hofnar. We doen onnozel en maken grapjes.

En toch, dan zegt er iemand: “Volgens mij ben je ook wel een slim iemand met een gestoorde inslag.” Hoe blijven ze het zien?

Advertenties