Een vraag voor u, beste dames

door Vulpius

Ik ben er onlangs wederom in geslaagd om het voorwerp van spot en hoongelach te worden onder mijn (mannelijke) vrienden. Het onderwerp? Vrouwen, uiteraard. En ook: relaties. Het is lang geleden dat ik nog eens geklaagd en gemopperd had, maar onlangs liet ik me toch weer gaan in het volgende gesprek…

Aldus de vrienden: “Iemand zoals jij kan toch snel iemand vinden; een meisje ontmoeten, je begint er wat tegen te praten…”
— “Iemand zoals ik?” (Ik, smalend.) “Dat weet ik nog zo niet. Bovendien, dat is niet waar ik naar op zoek ben momenteel, de zoveelste procedure in gang zetten en zo.”
“Procedure, hoe bedoel je?”
— “Welja, je weet wel. Je komt iemand tegen, en wat dan? Dan begin je tegen elkaar en mag je eerst een hele reeks Q&A afwerken waarbij beide partners langzaam maar zeker al dan niet beslissen of ze verder willen gaan. Of niet, en dan heb je een heleboel tijd voor niet verspild.”
“Hoezo verspild? Je kan toch gewoon eens afspreken en iets leuks doen?”
— “Pfff… ja, okee, en dan weer eens alle clichés doorlopen: waar woon je, wat voor werk doe je, bla bla. Ik kan gewoon niet meer de moeite opbrengen om te luisteren naar die zaken.”
“Ja, maar… hoe wil je anders iemand leren kennen?”
— “Maar met die fake gesprekjes leer je ook niet iemand echt kennen. Er zijn twee dingen die mij gigantisch storen aan heel dit concept: eerst en vooral, dat beide partijen ‘doen alsof’, gaande van witte leugentjes tot gewoon belangrijke zaken verbergen.”
“Hoe doen alsof? Hoe doe jij dan op een date?”
— “Helemaal niet zoals ik echt ben in ieder geval. Dat zou pas wat geven. Ik ben als een emotionele spons en begin gewoon karaktertrekken van de andere persoon over te nemen. Oh, hou je van huisdieren en modern ballet? Ik ook plotseling.”
“(gelach) Ja maar, iemand die echt interesse heeft moet toch ook overweg kunnen met de echte jij; en het maakt niet uit dat je op bepaalde punten verschilt. Gewoon jezelf zijn, prettig samen zijn, het maakt niet uit of er dan eens een stilte valt of zo.”
— “Jaja, dat weet ik wel. Maar toch… van die stilte bijvoorbeeld: ikzelf vind het vrijwel nooit vervelend dat er een stilte valt, maar als ik op een date ben zal ik er alles aan doen om stiltes te onderbreken. Waarom? Wel, in mijn hoofd gaat het dan van: ‘Oh nee, een stilte. Ik vind dat geen erg, maar 90% kans dat zij dit wel erg vindt. En ze doet al de moeite om af te spreken, ik kan het toch niet maken dat ze zich ook nog verveelt?’ Kortom, ik begin me er persoonlijk verantwoordelijk te voelen dat ze zich amuseert. Da’s ook niet prettig, zo. Bovendien ben ik er nog steeds van overtuigt dat ik mezelf moet inperken. Ik kan soms nogal raar doen.”
“(alweer gelach) En wat is het tweede dan dat je stoort?”
— (zucht) Dat het hele concept van daten zelf al zo fake is. Het is te zeggen: als je iemand in een cafe of weet ik veel waar willekeurig aanspreekt mag je nog zo je best doen, als er een afspraakje van komt weten jullie beiden wat het beoogde einddoel van de andere is. En toch kun je niet zomaar uitslaan: “Zever overslaan, relatie starten?” Of — waarom niet — “Zin in vrijen?”, want dan word je onmiddellijk afgeschilderd als zijnde pervers en/of freaky. En terecht ook wel natuurlijk, maar dan blijft het onlogisch dat je — als twee slechte acteurs in een verschrikkelijk toneelstuk — liever eerst een heel circus afwerkt alvorens tot het echte doel te komen, wat ook meteen het moment is dat je elkaar echt leert kennen. Tegen het zover is heb je je door een berg smalltalk moeten worstelen — die niet eens effectief is wat betreft selectieprocedure — en ben je zoveel tijd kwijt dat het niet schoon is…”
“Maar hoe zou je het anders moeten aanpakken, dan?”
– “Dat weet ik dus niet. Ergens hoop ik dat ik nu eens gewoon iemand kan vinden waarbij je meteen voelt dat het goed zit.”
“Zo puur op uiterlijk dan? Dat is ook oppervlakkig.”
— “Aanvankelijk wel, maar je zou toch ook meteen kunnen voelen dat er iets klikt, zonder je eerst door een berg sociale rotzooi te moeten worstelen. Zo een gevoel alsof je elkaar al jaren kwijt was en nu ontmoet.”
“Och… de ‘ware’ dus…”
— “Dat ook weer niet, ik geloof niet in een ware. Het kan perfect dat het bij meerderen klikt.”
“Maar zo werkt het niet, van die liefde op het eerste gezicht dingen — dat is iets voor pubers.”
— “Dat weet ik ook wel, maar dat neemt niet weg dat het allemaal erg vermoeiend is.”
“Maar je hoeft toch niet zoveel te investeren?”
— “Niet dan? Al die afspraakjes en zo…”
“Ja, maar dat ook rap gaan als je wil. Filmpje opzetten, flesje wijn erbij, en voor je het weet heb je prijs als het goed zit.”
— “Ja… het kan rap gaan, maar nu zijn onze meningen aan het omslaan. Dan gaat het weer te rap, want waarom zou je zoiets doen als je nog niet goed weet of aanvoelt dat je bij elkaar past? Eens in de koffer duiken wilt ook niet zeggen dat je echt bij elkaar past. Dan wordt het gewoon vogelpik spelen… wat misschien een slechte woordspeling is.”
“Maar wat denk je dan? Een meisje is niet opzoek naar een vriendin — die heeft ze al! Die wil gewoon… allez man!”
— “En zo belanden we in de banaliteit. Iemand vinden voor een nacht is makkelijk, maar daar vul je niet de rest van je leven mee op. Of wel? Dan geven we dus gewoon toe, dat wat we eigenlijk zoeken en krijgen een willekeurige greep uit het aanbod is. Je komt iemand tegen, probeert je uiterste best te doen om naar elkaar te luisteren gedurende twee-drie afspraakjes om vervolgens op elkaar te kruipen en te hopen dat je ook voor de rest van je leven samen past. En dat is het dan. Over en uit. Ben je daar blij mee? Bij mij liep dat altijd mis.”
“Een willekeurige greep? Maar nee, dat is gewoon — je leeft samen. Stabiliteit is ook belangrijk, toch? Wat wil jij dan, vurige, onstuimige liefde die nooit eindigt?”
— “Ik denk uiteraard naïef. Maar nu ik ouder word begint juist het volgende besef te groeien: nadat alle andere dromen en verlangens in mijn leven zijn verschrompeld of ingetoomd heb ik bijna geen keus dan me vast te houden aan dat laatste romantische bastion: liefde. Ik zou het zonde vinden om uiteindelijk ook te moeten toegeven dat dit de zoveelste, ultieme, en laatste verraderlijke steek van het leven is: waarbij we het onderspit delven voor de middenmoot en eenheidsworst zodat we toch maar een stabiel leven kunnen leiden, samen met iemand die we ‘niet volkomen haten’. Ik word daar enorm droevig van. En dus daarom dat ik momenteel gewoon wat afwacht. Alles in het leven begint gewoon… zo ongelofelijk banaal en gechoreografeerd te worden.”
“Eenheidsworst! Stel je zo’n hoge criteria dan? Bovendien: hoe zou je zo iemand vinden als je zelf ‘doet alsof’ op dates?”
— “Helemaal niet, integendeel zelfs! Ik zoek gewoon iemand… iemand waarmee je samen, onbelemmerd miserabel kan zijn. (gelach alom op dit punt) Iemand waarbij je meteen doorhebt dat je niet hoeft te doen alsof, en waarbij dit zelfs geen zin zou hebben. Die er meteen door kan prikken en ook durft te zeggen: kom, doe maar normaal, het maakt mij ook niet uit. Iemand waarmee je echt kan zijn. Geen fake, en ook geen afvlakking omdat er genoeg tijd overheen is gegaan. Gewoon, meteen, samen als zoekers door het leven, elkaar versterkend.”
“Je leest te veel boeken, ik had geen idee dat je zo raar dacht.”

Een vraag voor u, beste dames: ik wil wel eens weten of ik echt zo idioot denk. Plaats ik jullie (of sommigen) onterecht op een sokkel? Zijn we allemaal op zoek naar eens lekker bangen en dan “zien we wel” hoe het verder loopt, of zijn er nog anderen die het gevoel hebben dat liefde de finale, laatste inzet van het leven is, een laatste uitdaging naar ons gericht. Doen we opnieuw een toegeving, of houden we stand? Op zoek naar iemand waar we samen miserabel mee kunnen zijn. (Dit laatste is een rare manier om de zaak weer te geven, ik weet het, maar misschien wekt het ook bij anderen de juiste mindset op.)

Voor de duidelijkheid: ik ben ook geen blozende maagd (ik hoor de opmerkingen immers al komen). En ik heb geregeld geprobeerd om te gaan voor iemand die wel “okee” leek. Maar alles verviel steeds in een vreselijk toneelstuk, waarin man en vrouw hun leventje spelen, hun voorgedaan door de generatie voor hun. Uiteindelijk kruipt er zoveel tijd in dat het meer kost dan het opbrengt.

Zo, tot zover weer eens fijn kunnen klagen. Zo erg is het natuurlijk allemaal niet, en meestal ben ik echt normaal (neen, eerlijk!). Maar soms vraag ik me af of ik misschien niet aan een stevige, doch half-verborgen depressie zou leiden.

Advertenties