Ik kan over niets meepraten (een “bewustwordingsstroom”)

door Vulpius

Een vriend — eigenlijk een soort collega — vertelde me laatst sip de volgende vaststelling: “Ik begin te beseffen dat ik over niets meer kan meepraten. Ik ken niets van cultuur. Ik lees geen boeken, ik kijk geen films, ken geen series. Ik volg een beetje de actualiteit en dat is het dan. Om 8u Radio 1 aan om het nieuws te horen om het — met slechts een tikkeltje pech — het tegen 10u bij de spreekwoordelijke watercooler al vergeten te zijn. Dat is toch niet normaal?”

Ik ben het er wel mee eens, eigenlijk. Het is een leugen om te denken dat we — naarmate we ouder worden — onze idealen, dromen, interesses en dergelijke meer verliezen. Neen, het enige wat we verliezen is tijd. En laat dat net het cruciale zijn.

Ik las vandaag toevallig over het “Google effect“, weet u wel:

The Google effect is the tendency to forget information that can be easily found using internet search engines such as Google, instead of remembering it.

Alles begint bij mij een beetje het Google effect te ondervinden. Sommige van mijn hechte vrienden weten dat ik, naast mijn gewone virtuele uitlaatkleppen, ook een meer “vreemdere” blog entertain. En wat zet je daar zoal op, vragen ze dan. Ik antwoord dan steevast: 80 percent zielige rotzooi, en 20 percent zijn lijstjes van dingen die ik eigenlijk zou moeten onthouden omdat ze mijn individu bepalen, maar waarvan ik het niet kan opbrengen ze te onthouden.

Vreemd toch, als iemand je zegt dat hij Kerouac moest lezen, en dat je je wel kan herinneren dat je dit ook allemaal hebt gelezen en — op een bepaald moment in de tijd — alles over wist, maar tot eigen grote schaamte moet toegeven dat alles alweer verdwenen is? Vandaar, de lijstjes, dus. En het zijn er niet genoeg. Toen ik 16 was heb ik een periode gehad waarbij ik de typische “jaren ’70” films aan het analyseren was. Nu, niet enkel uit de jaren ’70… Un Chien Andalou (die met dat oog), Guinea Pig, Brazil, Donnie Darko (hmm, moet ik nog eens opnieuw bekijken), Pi, Irreversible, en dan John Waters films zoals Pink Flamingos, A Dirty Shame, Mondo Trasho (oh dear god).

Ja, ja, nu achter een browser allemaal makkelijk te vinden (zo simpel als “list of weird movies”), maar in een dagdagelijks gesprek voel ik mij als een lege ballon.

Het zorgt ook voor veel stress: telkens iemand mij complementeert om eender welke reden dan ook over eender welk onderwerp dan ook (films, boeken, muziek) voel ik de plotselinge (bewijs)drang om mijn kennis hieromtrent weer helemaal op te frissen. Deels uit eigen interesse (een groot deel zelfs), en deels uit angst. Wat als ik het nieuwe niet meer kan bijhouden? Niet alleen erg voor mezelf om mezelf, dan, maar ook erg voor mezelf door de anderen.

Mijn droomuitvinding is een chip die je hersenen continu in verbinding laten staan met het internet — voor mijn part enkel Wikipedia. Ik weet dat ik niets weet, zegt men dan tot het zover is. Maar ik weet ook dat het steeds moeilijk wordt om iets te weten.

En maakt het eigenlijk uit? Neen, maar tot het niets meer uitmaakt maakt alles nog zoveel uit. Er is een gekende bar in een gekende studentenstad waar ik tussen al de viespeukerige en perverte toiletgraffiti door gisteren het volgende zag staan:

Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren,en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren.

Van Willem Elsschot natuurlijk. Het huwelijk blijft een prachtig gedicht. En weet je wat het erge was? Ik kende het al, maar was weeral vergeten dat ik het kende. Als straf heb ik het op groot formaat afgedrukt en opgehangen. Telkens ik er naar kijk voel ik me triest, maar het is een mooie, melancholische tristesse. Het is een heel pakkend gedicht.

Met excuses voor fouten.

Advertenties