Koord

door Vulpius

In mijn kamer ligt er een koord.

Ik weet goed waar ze ligt. Het is een stevige, dikke koord. Zo een waarop je kan vertrouwen. Wanneer het even te veel wordt.

Want bij haar, daar liggen boeken. Daar ligt kennis. Daar ligt vrees, en angst, en ook wel kracht.
En bij mij, daar ligt niets. Een lege kast, een lege tafel, een lege huls van een huis–net zoals ik.

Maar er ligt een koord. Het is een stevige, zo een dikke… Een die niet snel zal breken.

In een moment van zinsbegoocheling, in de belofte van: “We gaan samen naar de kern, we winden er geen doekjes om.”…
… dan geeft een mens zichzelf prijs. Dan wordt hij gelezen als een open boek. Alles staat op het voorhoofd gedrukt. En voor een keer geeft het niet.
Zij heeft meer ervaring, zij heeft meer te doen, meer hobby’s, meer kennis–en mij maakt het niet uit, want hier voel ik me rustig: voor even, eindelijk.

De koord ligt thuis.

Het slaat om in medelijden; maar eerst: een openbaring. Ja, we zijn twee rare mensen. Ja, we passen perfect–maar niet vandaag, het ligt allemaal zo moeilijk nu.
Gisteren, misschien, en ja–volgende maand ook.
Maar we zijn nu, vandaag.
Denk niet zo veel na, je denkt jezelf nog eens dood.

Ik wil naar huis. Bij mij, daar ligt een koord, zo een stevige, dikke. Zo een die nooit zal breken.

Op vijf dagen tijd de totale bereidheid om je ziel weer in het aanschijn van God en mens te plaatsen. Nu ja, een mens dus. Geen god.
Op vijf minuten tijd de totale walging: de bevestiging: wat ben je een leuk experiment.
Waarom dan, vraag ik me af.
Denk niet zo veel na, je denkt jezelf nog eens dood.
Ik moet naar huis. Wees niet bezorgd. Ik vind de weg wel.

Gaat alles goed?
Neen, natuurlijk niet. Waarom niet?
Ik heb geen idee, eigenlijk.

Het spijt me verschrikkelijk. Ik ben geen normaal mens. Nu gaan we domme dingen doen. Ik drink. Ik zwerf. Ik blow. Ik span de koord om mijn nek.
Maar ach, was dit niet wat je wou?

Ga liever maar wat snijden. Drie verticaal–voor alle dingen die ik niet zei. En vier horizontaal–voor alle dingen die ik wel zei. Tot het bloed. Laat het maar een les zijn. Alsof je wat had opgegeven. Alsof je ook maar iets had gedaan. Verwend, walgelijk, bevoordeeld kind.

Hopen maar dat ik er geen infectie aan overhoud. Daar ben ik als de dood voor. Maar met deze pijn kan ik om. Tjonge… zo cheesy. Het papier niet waard.

Advertenties