Even uitblazen

door Vulpius

Het valt me op hoe vaak ik me de laatste tijd druk maak. Niet uitdrukkelijk of expliciet hoor, maar eerder inwendig. Alles wordt me zo’n beetje te veel.

Vroeger kon ik urenlang discussiëren over bepaalde onderwerpen met goede vrienden of zelfs met mijn familieleden. Dat gaat nu niet meer. Dat is iets enorm vreemds. Dan begint iemand iets over een onderwerp dat ik — vroeger dus — leuk zou gevonden hebben, en dan merk ik dat ik er heel even geïnteresseerd op toehap. Heel even maar, want dan lijkt het haast alsof mijn hele lichaam uit zichzelf razendsnel een tegenbeweging inzet: “Ho maar, wacht even: wat maakt dit gezever nu eigenlijk uit?” Is het zo belangrijk? Boeit dit je nog zo erg? En vooral: kennen we het antwoord al niet? Zucht, let’s go through the motions, zoals ze Engelsen zo mooi zeggen. Gewoon even weer eens dezelfde rotzooit afratelen. We leven, we gaan dood, laten we geen tijd verspillen met dingen die er niet toe doen. En dat is jammer. Ik merk wel dat anderen hun best doen om mij aan te sporen, weer wat contact te proberen leggen, en waarschijnlijk merken ze soms ook nog even die opflakkering binnen mezelf, die dan onmiddellijk weer lijkt uit te doven. Misschien denken ze dat ik het met opzet doe. Dat ik niet langer om hun geef.

Op het werk begint het al net zo te worden. Met vrienden net hetzelfde. Laten we gewoon even stil bij elkaar zitten. Even uitblazen, even niets zeggen. We hoeven niet nog eens al diezelfde zaken te bespreken. Dat geeft echt niet.

– – – – –

Onlangs heb ik twee vrienden “uitgesneden”. Uitsnijden, dat is de term die ik gebruik wanneer ik het gevoel heb dat iemand te ver is gegaan. Nu ja, volgens mijn ijdele waardeschaal dan toch. Het duurt al zo lang om wat vertrouwen te winnen, bij mij… en je wordt er ook zo goed meteen weer uitgegooid als ik dat nodig acht.

De eerste was omwille van de wedstrijd in zieligheid die ik onlangs aanhaalde. Wel, mijn beste, als je zo graag wilt benadrukken dat je situatie speciaal is, niemand je kan begrijpen en je niet gebaat bent bij curieuze pottenkijkers, dan zullen we ervoor zorgen dat je je zin krijgt. Het heerlijke is dat dit natuurlijk steeds weer net die mensen zijn die er verlekkerd op zijn ieder hoekje en gaatje van hun zielige bestaan te delen — omdat ze toch oh zo bang zijn (a) alleen te eindigen of (b) niet te kunnen opwegen tegen al die spannende avonturen van hun peers. We zullen kijken wat het geeft. Dan doet een mens een poging om een luisterend oor te bieden, en om dan geconfronteerd te worden met de arrogantie dat ik daadwerkelijk zou wakker liggen van je doen of laten — kom zeg. Fiks het dan maar zelf.

De tweede vind ik jammerlijker, omdat het iemand is waarvoor ik respect heb. Voor de andere niet echt, ook al zijn er objectief gezien misschien meer redenen om respect te hebben. De andere heb — had — ik erg graag, maar respect is nog iets anders. Maar voor de tweede wel, dus. En niet eens om een goede reden — respect hebben, bedoel ik — maar ik had het gevoel dat het wel klikte, een soort overeenstemming, gelijkgezindheid. Dan ben ik maar wat bereid om zelf wat opener te zijn. Maar dan volgt er plots een opmerking uit het ongewisse, zo een gemene uitsmijter die je toch even tegen het hart blijft plakken. Toch wel duidelijk maken dat dit een gevoelige snaar raakt, maar no harm done. De tweede keer ben je er al wat bozer om. Dan maak je echt duidelijk dat er zaken off limits zijn. En dan de derde keer ben je in je eer gekwetst — des te erger omwille van je respect jegens de tegenpartij — en dan moet je een keuze maken. Laten zitten als een emotionele kanker die je blijft parten spelen, of uitsnijden.

Nu, dat is makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Natuurlijk vind ik dat erg. En natuurlijk valt dat zwaar. Moest het echt een kwestie van wegsnijden zijn zat ik nu niet te grienen hier, maar ergens komt het wel een beetje op hetzelfde neer. Ik kan erg koppig zijn, en dan is het een kwestie van te zien of de andere even koppig is (of niets doorheeft, wie weet, of er geen last van heeft), want dan is het voorbij. Jammer, maar het kan niet anders.

Allemaal om niets eigenlijk. Ik besef me ook wel dat ik een soort emotioneel mijnenveld ben waarin het moeilijk navigeren is. Op het ene ogenblik kan er enorm ver gegaan worden in grapjes of bespreken van bepaalde zaken om dan op een ander punt onmiddellijk woedend uit de hoek te komen. IJdelheid, ik weet het. Maar ook weer die drukmakerij.

– – – – –

Het zal wel door de stress komen. Boeken kunnen niet rap genoeg uitgelezen zijn, films niet rap genoeg bekeken. Niet omdat dat leuk is, maar omdat het allemaal gedaan moet worden. Zo worden hobby’s een tweede dagtaak.

Zo worden vroegere interessegebieden een vervelend extra karwei. Och, zeg je dan, het moet gewoon werken, wat maakt het mij voor de rest uit, laat me met rust. Alles is saai. Niets heeft zin. Alles is nuttig of zinvol, maar niets heeft zin.

Geen wonder dat een ietwat verkeerde opmerking van iemand anders zo’n effect kan hebben, als je een bom bent die op barsten staat.

– – – – –

Mensen vragen dan: ja maar, hoeft dit echt? Moet je dit allemaal doen, doormaken? Het antwoord is natuurlijk: neen, dit hoeft zeker niet. Maar toch doe ik het, en omwille van twee redenen. De eerste is dat ik nooit tevreden ben van mezelf en eigenlijk denk van: “Zo erg is het allemaal toch nog niet, het moet nog beter kunnen…” De tweede reden is: als mensen je beginnen identificeren of beschrijven als een gedreven iemand, gemotiveerd, een workaholic zelfs, dan durf je bijna niet anders meer dan die prophecy vervullen. Dat beetje eigenheid, dat beetje identiteit die ze aan me toegeschreven hebben wil ik nu ook niet gaan verliezen. Ik zou mezelf met plezier naar een complete burn-out toewerken als mensen dan iets zouden hebben van: “Zie je wel, we zeiden het nog.” Ik had gehoopt dat ze een ander label zouden opgeplakt hebben,  maar het kan niet anders.

Advertenties