Veel te trots

door Vulpius

Hoe weet je wanneer je de liefde van je leven gevonden hebt?

Niet natuurlijk.

Iemand zei onlangs: een relatie — of liefde — vind je niet. Je kiest gewoon iemand en je werkt eraan tot het iets wordt.

De banaliteit van de uitspraak deed mijn nekharen overeind staan.

Dan ontmoet je iemand. Verre plaats. Dit keer denk je: ik pak het anders aan. Dit keer houden we het kalm en simpel, geen overdreven indrukken of bewegingen.

Maar ik ben een gevoelsmens. Na een tijd kan ik mijn mond niet meer houden en begint de stortvloed aan lieve woordjes en bezorgdheden. Dat schrikt af.

Omdat ze denken, dit kan niet waar zijn, hij moet wel doen alsof.

En ergens is dat ook zo, omdat ik nooit geleerd heb hoe het wel moet. Ik begrijp niets van sociale conventies, de meeste mensen laten me koud. Ik raad gedachten van anderen al voor ze ze zelf hebben kunnen formuleren. Op die manier moet ik per dag duizenden angsten ondergaan, die jij waarschijnlijk weet te spreiden over je hele leven. Of die jij waarschijnlijk gewoon weet te relativeren. Dat is hetgeen wat zorgt voor die spraakwaterval. Ik ben een kind. Jij bent volwassen. Jij weet dat dit soort dingen niet gebouwd kunnen worden op dromen alleen, terwijl ik nog aan het ronddartelen ben in de wolken.

Ik ben een vat vol twijfel, een vat vol trots, maar ook vol met liefde. Ik heb nog steeds geen idee hoe dit te combineren.

In het begin loopt alles goed. Ik ben gesloten en mysterieus. Ik ben in controle. Een positie waarin ik me graag bevind. Maar ik verlang ook hardnekkig om me open te stellen. Van tijd tot tijd denk ik dat dit kan. Wanneer ik denk iemand gevonden te hebben die net zo denkt als ik. Onervaren maar wijs. Dromerig. En alles is fantastisch.

Dan beginnen ze te polsen naar je verleden. Om een of andere reden gaan ze ervan uit dat dit tumultueus is. Vandaar ook de interesse, vaak. En dan blijkt dit tegen te vallen. Dan blijkt dat ze eigenlijk al veel meer gedaan hebben.

En dan ben je ouderwets. Maar het geeft niet, dat mag. Geen paniek.

Vanaf dat punt ben ik gebroken.

Vanaf dat punt kan ik niet meer romantisch zijn zonder te vrezen dat je denkt: zijn kindsheid maakt hem naïef. Vanaf dat punt kan ik je niet meer verleiden zonden te te vrezen dat je denkt: hij weet niet eens waarmee hij bezig is. Vanaf dat punt kan ik niet meer lachen of huilen of mezelf zijn.

Of neen, vanaf dat punt moet ik mezelf zijn, omdat al de maskers zijn afgevallen. De maskers die ik al veel te lang meedraag. Een masker van gedrevenheid, van motivatie, van geluk, van charisma, van ervaring, van bravoure. Het masker wordt met veel geweld afgerukt, maar is door de jaren heen al zo sterk aan mij beginnen kleven dat de stukken huid gewoon mee komen.

Wat overblijft is een angstig, klein jongetje.  Ik weet wel dat je dit allemaal misschien niet denkt of dat het allemaal niet uitmaakt, maar de idioot hoge standaarden die ik mezelf opleg maken dat ik mezelf als “betrapt” beschouw. Al de falingen ontdekt, open en bloot.

Een jongetje dat smeekt om geduld met hem te hebben. Maar een jongetje dat zich in zijn trots gekrengd voelt. Met zijn belachelijk idiote grote ego. De controle verloren. Een nieuw masker wordt aangemeten. Van voorzichtigheid, onverschilligheid, van anderen op de proef te stellen en van te mokken in een hoekje.

Vanaf dat punt ben ik een waardeloze vod, en dat is er aan te zien. Vanaf dat punt is er ook geen enkele manier om te communiceren of duidelijk te maken wat er aan de hand is. En dan loopt alles mis.

En ik weet dat ik anders moet denken, ik wil anders denken. Maar mijn slaap tekort komende, emotionele en hyperactieve brein weet de zaak altijd te verpesten. Het is een zelf voedend probleem. Om het op te lossen moet het opgelost zijn, en het voortdurend onopgelost zijn maakt de kans dat het ooit goed komt kleiner om kleiner.

 

 

Advertenties