Quickly

door Vulpius

Snel, quick, rap, ik moet dit opschrijven.

Ik zit met inspiratie, ik moet rap schrijven.

Snel, voor alles wegvalt, voor alles verdwijnt — neen, het licht niet aandoen, de tekst niet aanpassen, niet corrigeren, snel neerschrijven voor alles wegvalt.

Snel.

Ik kan mezelf in de ogen kijken. Kijk. Kijk. Hier staan we weer. Je kan er nog eentje nemen. Je bent er al bijna. Zelf-destructief gedrag, daar zijn we weer. Goed bezig, weer in oude gewoontes aan het hervallen.

Maakt niet uit, we kunnen weer naar onszelf kijken, starend in de spiegel, duizend sterren ver. Glimmende ogen of tranen of zweet of bloed of toch iets anders.

Maakt niet uit, we zien onszelf weer staan. We kunnen er nog eentje nemen, we zijn zo goed bezig nu, toch? Niet? Weet je het nu? Snap je het nu? Nu we eindelijk niet langer met ons twee zijn? Kan je het nu zien?

Je hebt het altijd al beseft, en nu besef je het nog meer, of nu besef je het pas echt, ik heb mijn buik vol aan jou, ik heb mijn buik vol aan mezelf, dat kan ik nu wel zeggen.

Want wat je nu toch wel moet snappen. Nu je bijna weer de vloer aan het kussen bent. Wat je nu toch wel weet is dat je jezelf niet langer dan een enkele tijd. Laat ons zeggen niet langer dan een jaar in afzondering met jezelf moet geven, met de lichten uit en jezelf in de spiegel in de ogen kijkend tot het jezelf niet meer is.

Wat je dan nu eigenlijk wel weet is dat je het zo niet uithoudt en het niet lang zou zal wil moet kan duren alvorens je er het bijltje bij neerlegt.

Ha! En je zou er nog trots op zijn ook, want stiekem is het wat je wil. En stiekem is het wat ik wil, en stiekem is het wat we beide willen. Over het waarom zijn we al lang overheen? Toch? Iets te bewijzen, misschien? Of gewoon niet zoveel zin meer?

En dan, nu we hier naar onszelf zitten te staren, dan beseffen we plots.

Dan besef ik plots.

Dan zie ik.

Ik zie mezelf.

Ik ben ik.

En ik ben zo blij dat ik haar gevonden heb.

En dan komen we beiden weer tot onszelf.

Advertenties