Waarom ik niet meer aan filosofie doe

door Vulpius

Op het Collectief geheugen (zo’n walgelijk “human interest” programma dat tot niets dient anders dan een grijze zaterdagavond op te vullen met het zien hoe een nieuw mediafiguur zich probeert op te werken doorheen het raderwerk van de openbare omroep maar wel goed dienst doet als achtergrondlawaai om het gevoel te hebben dat je niet alleen bent) een stukje of Jan Fabre die stukken ham kleeft op de zuilen van een aula van UGent.

Kunst, zeggen sommigen, het moet blijkbaar “de benen” (de vleselijke benen) van een instituut van macht voorstellen. “En onderzoek,” zo wordt er nog rap bij gezegd.

“Geen kunst,” zegt een andere, want er zijn zo veel mensen die honger lijden.

“Ik ben een dame van het voorgedragen woord, maar dit is geen kunst,” treedt iemand anders bij. “Ja maar kunst doet praten,” zegt een willekeurige jonge gast met een aantal tattoos en een safje in de hand. “Het feit dat er over gepraat wordt is de bevestiging,” zo wordt er min of meer afgesloten.

Belachelijk.

Laat ons het eens over het praten hebben. Stront tegen zuilen smeren zal ook wel tot praten aanzetten. Of die dame die met haar blote foef in een glazen doos door de straten ging wandelen, daar werd ook over gesproken (dat was ook onder het mom van “vrouwenrechten” — maar laat ons het misschien eens vragen aan de migranten uit Libië die op weg naar hier meermaals verkracht worden).

Na verloop van tijd wordt het zo geoorloofd om links en rechts klein vandalisme uit te voeren en er mee weg te komen onder het mom van “maar het is kunst, agent!”

Maar wat is kunst dan wél? Dat is het soort onderwerpen dat naar voren wordt geschoven als centraal thema tijdens een of andere filosofische lezing (in academische en publieke kring, maakt niet uit, want iedereen mag het “recht” tot zich nemen om na te denken, toch?). Mijns inziens niet al dit soort acties voor het shockerende effect, al is het natuurlijk wel zo dat ze tot dialoog en denken zullen aanzetten, en het is niet daar waar iets mis mee is. Als we dat niet zouden toelaten worden we immers terug preutser, toch?

Een beetje moeilijk dus om een eerlijk eenzijdige, interne dialoog te voeren op objectieve manier zonder dat we uitkomen op onszelf hypocriet te moeten noemen. Misschien heeft Jan het dan wel bij het rechte eind?

Maar toch “stoort” er nog iets. Wat als het Jan niet was geweest? Maar ik? Zou het dan ook kunst geweest zijn? Misschien is kunst datgene dat we als universeel (of toch “redelijk universeel”) als dusdanig kunnen bestempelen zonder te weten wie de auteur is. Maar dan nog. Er zijn voldoende kunstenaars wiens werk eerder als plat zou worden afgedaan tenzij we de voorgeschiedenis, context, en bedenker kennen.

Maar er is nog iets anders aan de hand. In dit specifieke geval is de “kunstenaar” steeds nabij om “duiding” te geven. Uit te leggen waar het werk voor staat. Mensen in de juiste denkpatronen te begeleiden laat ze zelf te dom zijn om het belang in te zien.

En dat is, alles bij elkaar, datgene wat als storend zal aanvoelen. Elena Ferrante zei het al zo mooi: “I believe that books, once written, have no need of their authors.” En velen met haar, zoals in La mort de l’auteur, door een Franse theoreticus die tenminste echt te respecteren valt: Roland Barthes:

Barthes’ essay argues against traditional literary criticism’s practice of incorporating the intentions and biographical context of an author in an interpretation of a text, and instead argues that writing and creator are unrelated.

Niet dat de link niet mag gemaakt worden, denk ik. Maar als het kunstwerk op zich niet op zichzelf kan staan of van weinig betekenis is zonder de “context” van auteur — of meer: de context die de auteur er continu wil bij verschaffen, dan schiet er denk ik weinig van over. Dan begint het te ruiken naar commercialisme. Of de kunstenaar de moed zou hebben gehad om het werk te scheppen en dan te verdwijnen? Ik betwijfel het. Het is geen Banksy. Zo’n helden hebben we niet in België.

Dat is wat ik er van denk. Meningen verschillen. Alle begrip voor. Maar op een bepaald moment moet je bij dit en elk ander onderwerp de vraag stellen tot wat de discussie dient. Elkaars begrip verruimen? Het eigen gelijk halen? Of naar eens eigen stem willen luisteren? Bij geen van de drie opties is er een einde in zicht.

Een reis zonder einde is goed voor zij die graag verder stappen. Maar voor sommigen van ons heeft het pad ons ver genoeg gebracht.

 

Advertenties