In het park

door Vulpius

Naast het werk is een klein parkje.

Doorheen de week passeren daar veel studenten. Op woensdag komt een kleuterklas spelen. Met twee juffen bij, die stipt om halfeen een liedje inzetten met aardige doch autoritaire stem. Zo’n stem die een plakker op je been kleeft als je gevallen bent maar tegelijk ook een klets op de poep.

Een aan een
Zij aan zij
Zo staan wij
Flink in de rij

Rond vijf uur is het parkje leeg. Dan komen er meestal rakkers zitten die een sigaretje roken, luide muziek spelen op hun smartphone, schuine moppen vertellen, en stiekem een blikje bier drinken uit een kapotte rugzak.

Op zaterdag komt het voorbeeldgezin. Een krijsend kind. Een blaffende hond.

Ik kijk door het raam. Een dame van middelbare leeftijd, met duur okergeel kleedje maar een iets te mollig buikje. Al serieus gebruind voor eind juni. Nog zo’n ouderwetse Vlaemsche madam, die braaf in de keuken gehaktballetjes rolt en wel wat “zal meegemaakt” hebben met manlief. Die twee kinderen uit haar lenden heeft moeten persen. Maar die zou vechten als een tijger om huis, tuin en kind te verdedigen. Van de baas. Van de directrice. Van de fiscus. Van de minnares.

Ze duwt het kind op een schommel. Het kind krijst van paniek en vreugde.

Manlief staat naast de buggy. Een beige short. Loafers met witte kousen, en een mooi egaal grijs coupeke. Middle-manager in een bank of andere grote firma. BMW op de gloeiend hete oprit. Het perfecte moment uitgekozen om alleen in het parkje te zijn. Veiligheid voorop.

De hond blaft telkens de kindjes de lucht ingaan. Vader wrijft de hond over de bol. Een golden retriever, natuurlijk.

Straks op het terras een glaasje rose voor de mama en een zwaar bolleke voor de papa. Dan naar huis. De barbecue aansteken. Het houtskool en de tien verschillende ongeopende sausjes staan al klaar.

De kleine dingen.

Advertenties